Wat betekent een scheiding voor mijn belastingaangifte?

Bij een scheiding verandert er van alles. Veel van die veranderingen zijn direct zichtbaar. Andere veranderingen merkt iemand niet direct. Toch zijn ze soms wel heel belangrijk, bijvoorbeeld voor uw belastingaangifte. Waar moet u op letten

Aangifte doen: samen of apart?

Getrouwde en geregistreerde partners zijn fiscaal partner. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze samen belastingaangifte mogen doen. Daardoor kunnen ze inkomsten en aftrekposten gunstig verdelen. Fiscaal partnerschap eindigt als mensen zijn gescheiden én als ze niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven. Een scheiding vindt meestal plaats in de loop van een jaar. Ex-partners kunnen ervoor kiezen om dat hele jaar nog fiscaal partners te blijven. Dat heet een voljaarspartnerschap. Die keuze levert in sommige gevallen belastingvoordeel op. Bijvoorbeeld wanneer één van de twee nauwelijks vermogen heeft en de ander juist veel. Om te weten wat gunstiger uitpakt, kan men online rekenmodellen invullen of een financieel/fiscaal adviseur raadplegen.

Eigen woning

Wanneer er sprake is van een eigen woning, heeft een echtscheiding gevolgen voor de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait. Vertrekt één van de partners en blijft de ander in de woning, dan is één van de volgende situaties van toepassing:

1. Ik blijf in het huis wonen, het huis is van beide partners.

  • Hypotheekrenteaftrek:
    De blijvende partner mag de rente van zijn deel van de hypotheek aftrekken. Is dat aandeel in de hypotheek vijftig procent, dan mag hij/zij dus ook vijftig procent van de rente aftrekken. Ook als de blijvende partner honderd procent van de rente betaalt, mag hij maar de helft van de rente aftrekken als zijn aandeel in de hypotheek maar 50 procent is. Betaalt de blijvende partner meer of juist minder rente dan zijn aandeel in de schuld? Dan moet hij misschien een deel aangeven als ontvangen of betaalde alimentatie.
  • Eigenwoningforfait:
    De blijvende partner geeft het eigenwoningforfait aan voor het deel dat hij/zij eigenaar is van het huis. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde. Dit bedrag telt de blijvende partner op bij zijn inkomen. Is hij bijvoorbeeld voor vijftig procent eigenaar, dan moet hij vijftig procent van het eigenwoningforfait bij zijn inkomen tellen. De vertrekkende partner geeft het resterende deel aan. 

2. Ik blijf in het huis wonen. Het huis is van de ex-partner.

  • Hypotheekrenteaftrek:
    De blijvende partner mag geen hypotheekrente meer aftrekken, omdat het huis eigendom is van de ex-partner. De eigenaar trekt de hypotheekrente volledig af. Als de blijvende partner de rente wel zelf betaalt, is het handig om dit via de ex partner te betalen, omdat deze laatste de rente kan aftrekken.
  • Eigenwoningforfait:
    De ex-partner geeft als eigenaar de eerste twee jaar het volledige eigenwoningforfait aan bij de Belastingdienst.

3. De ex-partner blijft in het huis wonen. Het huis is van beide partners.

  • Hypotheekrenteaftrek:
    De vertrekkende partner mag zijn deel van de hypotheek aftrekken. Als zijn aandeel in de hypotheek vijftig procent is, mag hij dus ook vijftig procent van de rente aftrekken. Dit kan alleen de eerste twee jaar nadat hij het huis heeft verlaten. Daarna mag de vertrekkende partner geen hypotheekrente meer aftrekken, omdat hij al langer dan twee jaar niet meer in de woning woont. Het deel van de lening die hij na twee jaar nog heeft, geeft hij aan als schuld bij zijn vermogen.
  • Eigenwoningforfait:
    De vertrekkende partner geeft het eigenwoningforfait aan voor het deel dat hij eigenaar is van de woning. Dit mag tot twee jaar na de scheiding. De ex-partner geeft het andere deel aan bij de Belastingdienst. 

4.De ex-partner blijft in het huis wonen. Het huis is van mij.

  • Hypotheekrenteaftrek:
    De vertrekkende eigenaar mag alle hypotheekrente aftrekken. De ex –partner die de woning bewoont, niet. Het is aan te raden dat onderling afspraken worden gemaakt over de lasten. De aftrek van de hypotheekrente door de vertrekkende eigenaar, kan alleen de eerste twee jaar nadat hij het huis heeft verlaten. Daarna mag dat niet meer. De lening die hij na twee jaar nog heeft, geeft hij aan als schuld bij zijn vermogen.
  • Eigenwoningforfait:
    De vertrekkende eigenaar geeft het volledige woningforfait aan. Na twee jaar is de woning geen eigen woning meer. Dit betekent dat hij vanaf dan geen eigenwoningforfait meer mag bijtellen voor deze woning. De vertrekkende eigenaar mag het eigenwoningforfait wél blijven aangeven als betaalde alimentatie. Na twee jaar zijn de woning en de lening een bezitting en een schuld bij zijn vermogen.

Partneralimentatie

Getrouwde en geregistreerde partners zijn ook na een scheiding verplicht elkaar te onderhouden. De financiële ondersteuning van de ene ex partner aan de andere heet Partneralimentatie. De hoogte van het bedrag dat aan alimentatie nodig is en wordt betaald, bepalen partners zelf, vaak met hulp van buitenaf. Partneralimentatie heeft gevolgen voor de belastingaangifte, voorlopige aanslag en toeslagen. Dat geldt voor de ontvanger én voor de betaler.

1. De alimentatie ontvanger:

  • Gevolgen voor belastingaangifte:
    De ontvanger moet partneralimentatie bij de Belastingdienst aangeven als ‘inkomen’. Partneralimentatie wordt bij het inkomen uit arbeid (als dat er is) opgeteld. Het kan zijn dat hij/zij een bijdrage Zorgverzekeringswet moet betalen. Dit is een bedrage dat op het loon wordt ingehouden voor de basisverzekering.
  • Gevolgen voor voorlopige belastingaanslagen:
    Iemands inkomen verandert als er partneralimentatie wordt ontvangen. Als de ontvanger al een voorlopige aanslag had aangevraagd en voldeed, is het aan te raden om deze te wijzigen. Zo voorkom je dat achteraf moet worden bijbetaald.
  • Gevolgen voor Toeslagen:
    Partneralimentatie geldt als inkomen. Dit kan voor de ontvanger van invloed zijn op de toeslagen (huur-,zorg-, kinderopvang-, kindgebonden budget etc) die hij of zij ontvangt; doordat het inkomen stijgt, bestaat er misschien geen of minder recht op Toeslagen. Koopt de ex-partner van de ontvanger de alimentatie in één keer af? Dan heeft de ontvanger misschien helemaal geen recht op toeslagen meer over het jaar waarin hij de afkoopsom krijgt. Het inkomen is voor dat jaar te hoog. Door de afkoopsom in een proefberekening op de Toeslagen.nl op te tellen bij het huidige inkomen, kan getoetst worden of dit het geval is.

2. De betaler van partneralimentatie:

  • Gevolgen voor belastingaangifte:
    De betaler mag de partneralimentatie die hij betaalt aftrekken bij zijn belastingaangifte. Dat mag alleen wanneer de partners niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven.
  • Gevolgen voor voorlopige aanslagen:
    De alimentatiebetaler gaat waarschijnlijk minder belasting betalen. Heeft hij al een voorlopige aanslag, dan is het aan te raden om deze te wijzigen. Zo voorkomt hij dat hij te veel betaalt of te weinig terugkrijgt. 
  • Gevolgen voor toeslagen:
    Het betalen van partneralimentatie vormt een aftrekpost bij de belastingaangifte. Daardoor wordt het jaarinkomen van de partneralimentatiebetaler lager. Het zou kunnen dat hij hierdoor recht op toeslagen heeft. Dit kan worden getoetst op Toeslagen.nl.

Kinderalimentatie

Ouders zijn samen verantwoordelijk voor de kosten van de opvoeding en verzorging van de kinderen. In veel gevallen zijn de inkomens van ex-partners niet gelijk. Ook komt het vaak voor dat de ouders na een scheiding niet evenveel dagen voor de kinderen zorgen. Soms wordt na een scheiding daarom één van partners verplicht om kinderalimentatie aan de andere partner te betalen. Kinderalimentatieafspraken hebben geen gevolgen voor de belastingaangifte. De ontvanger geeft het dus niet aan. De betaler mag het niet aftrekken bij zijn belastingaangifte. Deze aftrek is sinds 2015 vervallen.

Verdieping op dit onderwerp