vFAS-voorzitter Dianne Kroezen: ‘Kinderen krijgen een steeds belangrijkere rechtspositie’

Een jongen van twaalf mag zelf beslissen of hij wel of geen chemokuur ondergaat, zo oordeelde de rechter onlangs. Dat de rechtbank uiteindelijk beslist over een medische behandeling van een jongen van twaalf jaar oud, komt niet vaak voor. ‘Dit is in mijn ogen een unieke zaak’, zegt Dianne Kroezen, voorzitter van de vereniging Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). ‘Vaak komen ouders er bij een dergelijke medische behandeling uiteindelijk wel samen uit en hoeft de rechter niet ingeschakeld te worden.’

Rechter wordt bijna nooit ingeschakeld

De reden voor de rechtszaak was een eerdere onenigheid tussen zijn twee gescheiden ouders. De moeder van de zieke jongen zag oorspronkelijk meer heil in alternatieve geneeswijzen en wilde in eerste instantie niet dat haar zoon een bestralingskuur zou ondergaan. Wanneer een conflict uit de hand loopt en de ontwikkeling van het kind op het spel komt te staan, kan het kind onder toezicht en uit huis geplaatst worden. De jongen waar het hierover gaat, werd onder toezicht gesteld van jeugdzorginstantie De Jeugd- en Gezinsbeschermers en kreeg een voogd toegewezen. Hij werd bij vader geplaatst.
Daardoor was hij onder toezicht gesteld van een Gecertificeerde Instelling (GI). Dat betekent dat de voogd samen met de gezagdrager (de vader in dit geval) beslist over belangrijke zaken in het leven van het kind. Denk aan bijvoorbeeld de schoolkeuze, een medisch traject of een bepaalde sport waar het kind op wil.

Samen beslissen, ook ná de scheiding

Vervolgens gaf de jongen zelf aan een vervolgtraject van een chemokuur niet te willen ondergaan. De GI en artsen volgden het verzoek van de jongen. Zijn vader eiste in een kort geding dat zijn zoon wél een chemokuur zou ondergaan, zodat de kans op overleven groter zou worden. In dit geval kwamen de gezagdragers er dus samen niet uit.
‘Gezagdragers (meestal de ouders) zijn gelijkwaardig en maken samen de beslissingen’, zegt Kroezen. Ook na de scheiding moeten belangrijke beslissingen nog altijd samen worden genomen. ‘En dat kan nog weleens tot gedoe leiden, want beide ouders moeten met de keuze instemmen.’ ‘Wanneer ouders het niet met elkaar of met een voogd eens worden, kun je vervangende toestemming van de rechter vragen. Dat is ook wat deze vader heeft gedaan’, legt Kroezen uit. ‘Ik kan me voorstellen dat de vader zich tot het uiterste wilde inspannen om zijn kind een zo gezond mogelijk leven te gunnen.’

De mening van het kind is leidend

Volgens de wet moeten kinderen tussen twaalf en zestien jaar samen met hun ouders beslissen over een onderzoek of behandeling. ‘Wanneer dat niet lukt, is de mening van het kind leidend, als is gebleken dat hij wilsbekwaam is’, zegt Kroezen. Een psychiater is in gesprek gegaan met de jongen. ‘De conclusie van de psychiater luidde dat de jongen heel goed kon uitleggen wat zijn ziekte en behandeling betekenen, en dat hij denkt door de chemo kwaliteit van leven te verliezen’, aldus Kroezen. ‘In het verslag staat dat hij geen depressieve indruk maakt en een sterke wil heeft om te leven. En in dit geval werd beoordeeld dat de jongen voldoende wilsbekwaam is.’ De behandeld arts en de GI hebben zich achter de uitslag van de psychiater geschaard. Vader kon dat niet en hij heeft aan de rechter gevraagd om vervangende toestemming te geven voor de chemokuur.

Steeds meer inspraak voor kinderen

Twaalf jaar is de leeftijdsgrens om zelf beslissingen te mogen maken, maar deze grens kan nog wel eens verschuiven. ‘Kinderen krijgen een steeds belangrijkere (rechts)positie in procedures waarin het over hen gaat’, zegt Kroezen. Twee weken geleden sprak de Tweede Kamer nog over een wetsvoorstel om bij juridische zaken een bijzondere curator in te schakelen als belangenbehartiger van de kinderen. Kroezen is hierbij betrokken geweest. ‘Het is belangrijk dat kinderen niet belast worden met de verantwoordelijkheid om te beslissen, maar dat er wel goed naar het kind geluisterd wordt’, meent Kroezen.

Bijzonder curator als tussenpersoon

Ook wanneer ouders gaan scheiden, kunnen kinderen een mening geven over de beslissingen van hun ouders. ‘Een kind mag kiezen om een brief te schrijven en zo invloed uit te oefenen op de invulling van de zorg en opvoeding, maar wat er precies mee gedaan wordt, weet het kind niet’, zegt Kroezen. Beslissingen die de rechter maakt over de scheiding van twee ouders, worden niet teruggekoppeld naar het kind. ‘En dat kan heel frustrerend zijn.’ Volgens Kroezen wordt er niet altijd goed genoeg naar het kind geluisterd. Een bijzondere curator kan uitkomst bieden door als tussenpersoon te fungeren en de stem, mening en belangenbehartiging van het kind te kunnen waarborgen. 

Verdieping op dit onderwerp