Onderzoek naar kinderen uit echtscheidingsgolf

Eén op de vijf volwassenen (20%) die als kind een scheiding meemaakten, heeft geen contact meer met de vader. Een veel kleiner aantal heeft na een scheiding geen contact meer met hun moeder: 5%. Dit is een van de uitkomsten van het onderzoek Ouders en Kinderen in Nederland, uitgevoerd door de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met het CBS.

Geen opgeslagen configuratie gevonden

In het onderzoek vertellen mannen en vrouwen - geboren tussen 1971 en 1991 - over de gezinssituatie tijdens hun jeugd en de relaties die zij op dit moment met hun ouders en stiefouders hebben. Het is de generatie die opgroeide in een tijd waarin steeds meer mensen gingen scheiden (de echtscheidingsgolf). Uit het onderzoek blijkt dat het merendeel van de kinderen na de scheiding te maken kreeg met een stiefmoeder of een stiefvader.

Stiefvader wordt vaak als vader gezien

Van degenen die na een scheiding met de nieuwe partner van hun moeder hebben gewoond, ziet maar liefst 44 procent deze stiefvader als vader (de kinderen van gescheiden ouders die hun stiefmoeder als moeder ziet, is 17 procent). Dit verschil houdt mogelijk verband met het feit dat kinderen na de scheiding vaker bij de moeder wonen en vaker het contact met hun vader lijken te verliezen. De term ‘stiefouder’ wordt weinig gebruikt door de volwassen kinderen. Gevraagd naar hoe zij hun stiefouders nu noemen, geeft slechts 16 procent aan de term stiefvader te gebruiken en 11 procent de term stiefmoeder.

Bijna 20% van de ondervraagden woonde tijdens (een deel van) hun jeugd niet met beide ouders. Van hen maakte drie kwart een scheiding mee. Degenen die niet in een intact gezin opgroeiden, woonden meestal bij hun moeder. Slechts een kleine minderheid woonde in hun jeugd bij de vader.

‘Op hoge leeftijd nog last van de scheiding’

Dianne Kroezen, voorzitter van de vFAS (Nederlandse Vereniging Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators) zegt over de uitkomsten: ‘Het onderzoek gaat over kinderen die opgroeiend in de jaren 70 en 80. Inmiddels is er wel wat veranderd. In 2009 is gelijkwaardig ouderschap doorgevoerd en is het verplicht voor ouders een ouderschapsplan op te stellen bij de scheiding. De laatste decennia wordt steeds meer gekozen voor co-ouderschap, in plaats van een ‘traditionele’ omgangsregeling van een weekend per veertien dagen. Bij co-ouderschap houden de kinderen zowel een goede band met de vader als met de moeder. Maar zegt dat iets over het welzijn en welbevinden van de kinderen? Nee. Uit een onderzoek dat we onlangs zelf hebben laten uitvoeren, blijkt dat kinderen ook later last hebben van de scheiding van hun ouders. Dat zie je terug in hogere kans op voortijdig schoolverlaten, in aanraking komen met jeugdrecht, minder carrièrekansen, én in de relatie later met je eigen partner.’ Kroezen reageert in RTL Nieuws op het onderzoek.

 

 

 

Verdieping op dit onderwerp