In de kou gezet

Het is vrijdagmiddag 30 maart en ik sluit zojuist mijn laatste dossier van de week. Net op het moment dat mijn gedachten afdwalen naar het weekend en ik mijn mailbox wil sluiten, komt er een nieuwe e-mail binnen. Als ik het bericht open, kost het mij enige tijd om te begrijpen dat een brief is van een advocaat namens zijn cliënt. De mail is bedoeld voor Sonja, een voormalige cliënte van mij.

Ik stond Sonja enkele jaren geleden bij in het kader van haar echtscheidingsprocedure. De aanleiding van de echtscheiding was op z’n zachtst gezegd pijnlijk te noemen. Sonja vond dat haar man Richard zich al enkele weken raar gedroeg. Toen Richard op een avond, na een vaag excuus, nog laat van huis vertrok, besloot Sonja hem te volgen en reed met haar auto achter hem aan.

De omhelzing van haar man met deze vrouw maakte alles duidelijk

Toen zij besefte dat Richard de afslag nam richting een hotel langs de snelweg, hoopte zij ergens nog dat het niet waar zou zijn. Haar vermoeden werd echter bevestigd toen Richard de auto kort daarna parkeerde en een onbekende vrouw op hem af kwam lopen. De omhelzing tussen Richard en deze onbekende vrouw liet niets te raden over. Haar huwelijk was voorbij.

Partneralimentie werd vastgelegd in het convenant

Al een paar dagen nadat Sonja de ontdekking had gedaan, zat ze hevig geëmotioneerd bij mij aan tafel. Ook Richard had zich inmiddels tot een eigen advocaat gewend. In onderling overleg kwamen Richard en Sonja tot afspraken die door ons als advocaten werden vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. Omdat Sonja tijdens het huwelijk voor de kinderen had gezorgd en niet volledig in haar eigen levensonderhoud kon voorzien, kwamen Richard en Sonja kwamen een redelijke partneralimentatie overeen. Die werd vastgelegd in een convenant dat bij echtscheidingsbeschikking werd bekrachtigd door de rechtbank. Richard had haar emotioneel in alle opzichten verraden, maar liet Sonja financieel gelukkig niet in de kou staan. Bovendien, veel had Sonja ook niet nodig. ‘Achter kleine ruitjes schijnt de zon ook’, zei ze dapper tegen me. 

Geen werk meer… dus geen alimentatie

Ik lees de brief van de advocaat – die nu net binnenkomt - vluchtig door. Er wordt in aangegeven dat Richards arbeidsovereenkomst per 1 april zal eindigen en dat zijn ww-aanvraag is afgewezen. Daardoor heeft hij per 1 april geen inkomsten meer... en zal dus ook geen partneralimentatie aan Sonja meer kunnen betalen.

Als ik de inhoud ervan tot mij door laat dringen, realiseer ik me dat het morgen al 1 april is. En dat dit duidelijk geen grap is. Bij de brief zit een ondertekende beëindigingsovereenkomst van Richard met zijn werkgever. Ik zie dat hij deze overeenkomst al begin januari heeft getekend. Richard heeft (weer) zijn mond gehouden en gewacht tot Sonja vanzelf geconfronteerd zou worden met de gevolgen van zijn beslissingen. Het kan natuurlijk zo zijn dat Richard buiten zijn schuld om werkloos is geraakt. Maar als hij hierover eerder aan de bel had getrokken, had misschien nog tijdig naar een oplossing kunnen worden gezocht.

Verplichting tot betalen alimentatie is vastgelegd

Aan mij de taak om Sonja het slechte nieuws over te brengen dat zij haar alimentatie niet meer overgemaakt zal krijgen vóór dit weekend. Wat zal ze zich weer in de kou gezet voelen! Positief voor haar is wel dat de verplichting van Richard is vastgelegd in een beschikking. Dat betekent dat Sonja de invordering uit handen kan geven aan het LBIO of een deurwaarder, maar verdrietig blijft het. Ik hoop dat ook dit keer in onderling overleg een oplossing kan worden gevonden. Voor nu pak ik de telefoon om Sonja te informeren.

Verdieping op dit onderwerp