Een bedrieglijk jawoord

Een bedrieglijk jawoord

Het is in de zomer van 2013 als ik Kadisha voor het eerst ontmoet, in een café in de hippe Witte de Withstraat van Rotterdam. Kadisha wil niet afspreken op mijn nabijgelegen kantoor. Zij vreest dat haar echtgenoot haar zal volgen en er zo achter komt wat zij van plan is. Kadisha is van Pakistaanse komaf. Zij is vier jaar als ze naar Nederland komt, waar haar ouders, na omzwervingen, terecht komen.

Tot haar huwelijk leeft Kadisha met haar ouders en vijf broers en zussen een afgeschermd maar gelukkig leven in Rotterdam-Zuid. Haar ouders zijn verbaasd over haar intellectuele capaciteiten, maar besteden daar weinig aandacht aan, omdat zij uiteindelijk toch ‘eigendom’ van de schoonfamilie zal worden.

Op een nazomerse dag in 2001 ontmoet Kadisha Abdul in het Euromastpark. Abdul blijkt een boeiende, welbespraakte man en zij verveelt zich geen moment bij hem. Al na twee maanden vraagt hij haar ten huwelijk. Hoewel Kadisha dit wel erg snel vindt en haar vader bezwaar maakt, vertrouwt Kadisha erop dat Abdul een goede moslim is. Zij laat zich overtuigen met hem te huwen, zowel voor de Nederlandse wet als voor de islam.

Het huwelijk is een hel

Wanneer ik haar voor het eerst ontmoet, vertelt Kadisha mij dat haar huwelijk een hel is. Zij leeft in isolement en wordt door haar man vernederd. Vóór het huwelijk hebben ze afgesproken dat Kadisha haar studie tandheelkunde af mag maken, maar na het huwelijk komt daar niets meer van terecht. Kadischa mag de echtelijke woning niet meer verlaten, ze moet onderdanig zijn en goed voor hem koken. Haar vader heeft gelijk gekregen. Ik realiseer me hoe dapper het voor Kadisha moet zijn geweest om onze eerste afspraak te maken en de stap te zetten om van deze man te gaan scheiden. 

Gevangen in het huwelijk

Een gewone scheiding wordt het niet. Omdat Kadisha een gelovig moslima is, vindt ze het heel belangrijk om ook volgens het islamitische recht te scheiden. Pas dan wordt ze door haar omgeving niet meer als een gehuwde vrouw beschouwd en kan ze de schaamte en schande van een mislukt huwelijk van zich afwerpen. Daar denkt Abdul anders over. Hij weigert mee te werken aan de religieuze scheiding en houdt Kadisha zo gevangen in het huwelijk.

Omdat de Nederlandse wet niet voorziet in de mogelijkheid de rechtbank om een religieuze echtscheiding te verzoeken, zoekt Kadisha hulp bij verschillende imams. Deze imams willen de echtscheiding echter niet uitspreken zonder het akkoord van Abdul. Kadisha is ten einde raad.

Wat God verbond, kan de rechter scheiden

Nadere bestudering van het onderwerp ‘huwelijkse gevangenschap’ brengt Kadisha en mij in contact met Shirin Musa, ervaringsdeskundige en oprichtster van de stichting Femmes For Freedom. Shirin is de eerste vrouw van islamitische afkomst die bij de civiele rechtbank afdwong dat haar man mee moest werken aan de religieuze echtscheiding. Het niet willen meewerken aan de religieuze scheiding is immers onrechtmatig en in strijd met het internationale recht op privéleven en het recht opnieuw te kunnen trouwen…

In navolging van de procedure van Shirin, heb ik voor Kadisha uiteindelijk de religieuze echtscheiding bij de rechtbank af kunnen dwingen. Kadisha voelt zich bevrijd sinds de uitspraak van de rechter. Inmiddels heeft zij een studie tandheelkunde afgerond en is zij gelukkig met haar nieuwe liefde en twee kinderen. Zij hoopt dat andere ‘gevangen’ moslimvrouwen moed putten uit haar vonnis en haar voorbeeld zullen volgen.  

Voor mij persoonlijk was dit niet alleen in juridisch opzicht een interessante zaak, maar ook in menselijk opzicht.

Saskia Braun
vFAS advocaat en scheidingsmediator

Verdieping op dit onderwerp