Alexander (35): ‘We krijgen geen antwoorden’

Uit een recent landelijk onderzoek onder (inmiddels volwassen) kinderen blijkt dat er tijdens de scheiding van hun ouders veel te weinig naar hen is geluisterd. Zo zegt meer dan de helft (54%) bijvoorbeeld dat er géén rekening is gehouden met hun wensen bij de omgangsregeling. Ook blijkt dat 50% van de kinderen tijdens de scheiding helemaal niet over deze voor hen ingrijpende gebeurtenis heeft kunnen praten. Verder-online.nl sprak met een aantal volwassenen die als kind een scheiding meemaakten.

Alexander: ‘Mijn vader werkte en woonde door de week in Engeland en kwam de weekends thuis. Tegen de afspraak in bleef hij opeens een weekend weg, en was ook onbereikbaar. Ik was toen 17, mijn zus 15. We waren allemaal best ongerust. Zondagavond belde hij eindelijk. Ter plekke, waar mijn zus en ik bij waren, meldde hij mijn moeder dat hij een ander had en wilde scheiden. Jarenlang heb ik dit heftige moment weggestopt. Pas onlangs, tijdens een therapeutische sessie, kwam het verdriet daarover in volle omvang naar buiten. Het was al die tijd té pijnlijk.

Na die totaal foute scheidingsmelding verliep het proces in eerste instantie nog vrij redelijk. Ons werd gevraagd bij wie we wilden wonen. Ook waren we altijd welkom bij mijn vader en gingen we met hem op vakantie. Maar al snel verslechterde de verstandhouding tussen mijn ouders. Ze konden steeds minder door één deur en begonnen ook nare dingen over elkaar te zeggen. Overigens stopten ze met dat laatste gelukkig meteen, toen ik daar om vroeg. Blijkbaar is er iets tussen hen gebeurd of gezegd waardoor het contact definitief verbrak.

Het wat en hoe is voor ons echter tot op de dag van vandaag volstrekt onduidelijk.

We krijgen gewoon geen antwoorden. Ze willen elkaar niet meer zien of spreken, punt. Vooral mijn vader is daar heel koppig in. Zo was hij er niet toen ik 18 werd en kwam hij evenmin op mijn mijn 21everjaardag. Dat vond ik ontzettend moeilijk. Over twee jaar ga ik trouwen en ook daar is hij afwezig. Hooguit komt hij als we in ondertrouw gaan. Ik probeer het er met hem over te hebben, maar hij is onvermurwbaar. Hij wil absoluut niet met mijn moeder in één ruimte zijn. Met ieder van hen apart hebben mijn zus en ik goed contact. Maar verder zit de deur potdicht.

Ik heb nog een zusje. Zij is verstandelijk beperkt en woont in een tehuis. Als mijn vader in Nederland is, wil hij haar in het weekend niet bij mijn moeder ophalen. Terwijl dat bij hem in de buurt is. Dan moet het tehuis, of één van ons, mijn zusje eerst bij mijn moeder thuis ophalen. Niet alleen is het veel gedoe, maar ook is het voor ons heel zwaar dat onze ouders zo met elkaar omgaan. En er op de grote momenten in ons leven niet samen bij zijn. Ik probeer het te aanvaarden, maar eigenlijk vind ik dat je kinderen voorop moeten staan. Altijd.’

Nog meer cijfers uit het onderzoek:

  • 75% van de (nu volwassen) kinderen had tijdens de scheiding geen inspraak in de omgangsregeling.
  • 48% van de (nu volwassen) kinderen zegt dat hun ouders slecht met elkaar omgingen na de scheiding.
  • 50% geeft aan als kind met niemand te hebben gepraat over de scheiding.
  • 23% van de ouders heeft de kinderen samen verteld dat ze gingen scheiden.
  • 54% vindt dat er als kind geen rekening is gehouden met zijn of haar wensen over de omgangsregeling.
  • 9% van de ouders bleef ook na de scheiding ruziemaken over de omgangsregeling.
  • 33% van de (nu volwassen) kinderen zegt dat hun ouders redelijk tot goed met elkaar omgaan.
  • 65% van de (nu volwassen) kinderen van gescheiden ouders zegt dat hun vader goed luisterde.
  • 25% van de kinderen had inspraak in de omgangsregeling toen hun ouders gingen scheiden.

Verdieping op dit onderwerp