minimaliseren stuur door

Samen apart: Rob en zijn dochter

Samen apart: Rob en zijn dochter

Als ouders scheiden, leidt dat bij kinderen meestal tot verdriet en voelen ze zich ongemakkelijk in de situatie. Vooral als de ouders met elkaar ruziën of elkaar niet willen zien of spreken. Felicia’s ouders bewijzen dat het ook héél anders kan.

Felicia (14), leerling 3 vwo
‘Wat een mazzel dat mijn ouders elkaar gewoon zien’
‘Dat mijn ouders uit elkaar gingen, was voor mij als zesjarige geen enorme schok. Ik herinner me ook niet dat ik heel verdrietig was. Ik zag niet opeens een van de twee met dozen het huis verlaten en mijn ouders gingen gewoon vaak bij elkaar langs. Zo wende ik geleidelijk aan de nieuwe situatie, met twee verschillende huizen. Wel jammer: ik heb geen broer of zus, daar had ik anders graag mee gepraat. Maar dat vingen mijn ouders op met hun openheid, ze bespreken veel met me en ik durf ze alles te vragen. Ik raad elke ouder die aanpak aan! Want daardoor houdt die scheiding me niet zo bezig en voel ik geen behoefte er met vrienden over te praten. Als ik jongeren wiens ouders gaan scheiden een advies moet geven: blijf – voor zover mogelijk – met allebei je ouders praten. Sta je achter een van je ouders, probeer toch beide kanten van de scheiding te zien.
Waarom mijn ouders uit elkaar zijn, weet ik niet precies. Volgens mij stoorde mijn moeder zich aan hun manier van leven, aan dingen in huis. Mam is vrij netjes en plant graag. Pap is ‘losser’: hij vindt alles wel goed en ‘een kwartiertje later is ook prima’. Voor mij zijn het gewoon twee mensen die allebei iets anders willen, een andere levensstijl hebben.
 
Thuisbasis
Ik ben blij dat ze zo goed met elkaar omgaan. Liever gelukkig gescheiden dan samen met veel ruzie. Sommige gescheiden ouders van vriendinnen willen elkaar niet eens tegenkomen. Doen moeilijk over wie haalt en brengt; zie ik mijn vriendin op school met koffer en tas sjouwen… wat een gedoe. Heb ik geen last van. Mijn ouders gaan zelfs nog samen naar het theater, dat vind ik best bijzonder. Met mijn verjaardag zijn ze er allebei; vrienden zeiden vroeger verbaasd: ‘Ik wist niet eens dat je ouders gescheiden zijn!’. En ook naar wederzijdse familiefeesten komen ze beiden. Ik denk vaak: wat een mázzel heb ik, dat mijn ouders elkaar gewoon zien. Zo hoeven ze geen belangrijk moment in mijn leven te missen. Dat zou zonde zijn.
Ik mag zelf bepalen wanneer ik bij wie ben, net waar ik zin in heb en hoe het uitkomt. Heel fijn, mijn ouders zijn er vrij in. Ik ben bij allebei even graag. Ze wonen vlakbij elkaar, handig. Meestal ben ik vier à vijf dagen bij mijn moeder – daar is ook mijn thuisbasis met al mijn kleding, boeken, schoolspullen en sieraden. En twee à drie dagen ben ik bij mijn vader, waar een kleiner deel van mijn spullen ligt. Pap heeft net een huis gekocht. Ik ga er mijn kamer verven en helemaal in orde maken. Twee huizen, twee kamers, twee keer op vakantie: dat is natuurlijk superleuk!’

 

 

Rob (49), vormgever

‘Achteraf was de scheiding een welkome schop onder m'n achterste’
‘Als ik naar Felicia kijk, denk ik: volgens mij gaat het goed, ondanks dat haar moeder en ik zijn gescheiden. Ze is een verstandige en zelfstandige meid, mede door onze opvoeding. Als ik met haar praat, leg ik veel bij haar neer. Wil ze iets, dan vraag ik: mag het van jezelf, heeft het zin? Ik laat haar al vanaf jonge leeftijd zelf over dingen nadenken en grotendeels zelf beslissen. Dat werkt: kinderen voelen dat er rekening met ze wordt gehouden. Felicia krijgt the best of both worlds. We hebben geen vaste afspraken: ze mag hier zijn wanneer ze wil. Haar moeder en ik spreken elkaar vrijwel dagelijks, over school, geld, Felicia’s cellolessen en -uitvoeringen, haar audities voor musicals of tv, haar verjaarscadeau en -feestje. Mijn ex-vrouw is welkom op mijn familieverjaardagen. Alles gaat in harmonie. En zo moet het ook; wij vinden het heel gewoon. We lijken net een gezin, alleen wonen we niet samen op één adres. We hoeven ook niet meer bij elkaar te zijn: zo is het beter. Weet ik nu, want destijds vond ik het verschrikkelijk om verlaten te worden.
 
Louterend
Achteraf gezien was de relatie met mijn vrouw voorbij toen Felicia werd geboren. Uit elkaar gegroeid? Ik weet het niet. Het was geen kommer en kwel, we bleven samenwonen. Toen er een andere man in haar leven kwam, ontstond bij mij een heftig proces. Heb ik het niet goed gedaan? Ik raakte in een dip. Werd zo kwaad dat ik me opsloot in mijn kantoor en mijn knokkels op de muur kapotsloeg. Daarna besloot ik: ik ga er iets van maken met mijn kind. Dronk uiteindelijk zelfs een wijntje met ‘de nieuwe man’. Wel verkeerde ik een tijd in een grijs gebied. Van foto’s uit die tijd denk ik ‘ben ik dat?’. Ik vind mijzelf er oud, zorgelijk en ongelukkig uit zien. Drie jaar integratieve ademtherapie volgden. Oude pijnen kwamen boven, tot aan mijn prilste jeugd. Dat werkte louterend, het gaf me de ruimte om te leven met wat er was. Ook had ik veel aan The Work of Byron Katie en haar theorieën over het onderzoeken van gedachten. Mijn ex-vrouw en ik woonden toen nog bij elkaar, tot de grote brand. Letterlijk en figuurlijk zijn wij uit elkaar gebrand, het was genoeg. ‘Gaan jullie twee een huis zoeken,’ zei ik. Ik belandde uiteindelijk in het appartement onder onze uitgebrande woning. Zo had alles weer een plek. De scheiding was – achteraf bekeken – een welkome schop onder mijn reet. Op het moment van verlaten wilde ik dood en was ik boos, maar nu blijkt de ervaring verrassend waardevol, een geschenk uit de hemel. Ik ben gelukkig met mezelf geworden! En hoe een nieuwe relatie eruit zou moeten zien weet ik niet, maar ik ga het niet uit de weg.’