Geen afbeelding / kleine afbeelding
Na een scheiding een omgangsregeling bedenken en uitvoeren is voor sommige ex-partners een te zware opgave. Soms zo lastig dat de rechter de ouders doorverwijst naar begeleide omgang. We nemen een kijkje in het omgangshuis in Breda en spreken met ‘omgangsoma’ Inge Harkema: ‘Als het niet gaat, gaat het echt helemaal niet.’
Door de naam omgangshuis verwacht je een groot huis waar een ouder en kind elkaar kunnen ontmoeten. In Breda is te zien dat dat beeld niet klopt. Even buiten de stad ligt het complex van jeugdzorgorganisatie Tender waar ook het omgangshuis is gehuisvest. De geschakelde laagbouw in lichte steen bevat de twee ruimtes waar de ouder en kind(eren) elkaar zien. De ruimtes zijn gezellig ingericht met een uitnodigende bank, een lage tafel en kleurig speelgoed. Aan de muur hangen schilderijen van kinderen. Een kast is goed gevuld met boeken en spelletjes.
Het had het kindvriendelijke interieur van een gezin kunnen zijn. Maar de aanwezigheid van het bureau laat duidelijk zien dat het meer is dan alleen kamer in huiselijke sfeer. Want in Breda is er altijd een begeleider bij een ontmoeting tussen een ouder en een kind. ‘Soms om het omgaan met elkaar een handje te helpen, soms om grenzen aan te geven of om pedagogische aanwijzingen te geven,’ vertelt Erik de Graaff, coördinator van het omgangshuis. Hij werkt samen met gedragswetenschapper Patricia Dekkers in het omgangshuis dat sinds januari 2006 bestaat.
Zo’n ontmoeting in een voor het kind onbekende omgeving met iemand die het al een tijdje niet heeft gezien, is natuurlijk spannend. Dekkers en De Graaff vergelijken die spanning met de eerste dag op de basisschool. De houding van de verzorgende ouder tegenover de ontmoeting is dan ook ongelooflijk belangrijk. ‘Als die ouder naar zijn kind uitstraalt dat het goed is, geeft dat het kind vertrouwen. Maar als de ouder begint met ‘Je hoeft niet hoor’ of tegen een begeleider zegt ‘Jullie zorgen wel dat hem niets overkomt?’ maakt dat het kind bang en onzeker,’ legt Dekkers uit. Wil een kind echt niet, dan wordt er gekeken wat de reden is. ‘Vaak blijkt dat een kind niet wil omdat er veel weerstand is bij de ouder bij wie het kind woont,’ verklaart Dekkers.
Laatste strohalm
‘Mensen die bij ons komen, hebben al een heel traject achter de rug,’ vertelt De Graaff. ‘Het is voor gescheiden ouders het laatste middel om vrijwillig toe te werken naar een omgangsregeling die uitvoerbaar is.’ Breda ontvangt zo’n zestig gezinnen per jaar. Op enkele stellen na die vrijwillig een beroep doen op het omgangshuis, wijst de rechter hen door. De rechter ziet vaak geen andere oplossing om de omgangregeling toch uitgevoerd te krijgen dan dat mensen er samen moeten uitkomen.
De Graaff en Dekkers begeleiden de ouders tijdens een traject dat ongeveer negen maanden in beslag neemt. Het lijkt lang maar toch is deze tijdspanne nodig. De ouders starten met een intakegesprek, dan volgen verschillende oudergesprekken en drie begeleide omgangen tussen de ‘uitwonende ouder’ en het kind.
De gesprekken met de ouders zijn heel belangrijk. ‘Mensen zitten vast in hun proces,’ weet De Graaff. Als mensen bij hem aan tafel zitten probeert hij ze uit hun strijd te halen en de fricties van beide ouders te benoemen. Als hij vraagt ‘Hoe hebben jullie elkaar leren kennen’ verschijnt er altijd een glimlach. Hoe gingen ze tijdens hun relatie met elkaar om? Dekkers voegt toe dat zij hen helpen om ouders inzicht te geven hun aandeel in hun conflict en hen helpen in het erkennen en herkennen van de eigen emoties. Bijvoorbeeld dat een ouder zijn verdriet vertaalt naar woede.
Duplo-methode
Sommigen zijn erg gekwetst, anderen zijn bang; kort gezegd: ze zitten vol emotie. Om de vastgelopen communicatie op gang te helpen, gebruiken de deskundigen in Breda de Duplo-methode. ‘Met poppetjes geven mensen henzelf en hun emoties weer. Zo kun je situaties naspelen en kunnen mensen middels die figuurtjes aangeven hoe zich voelen. Deze methode geeft mensen inzicht in hoe ze met de situatie omgaan en hoe ze sommige emoties vertalen naar gedrag. En vervolgens hoe zij kunnen veranderen. De methode werkt verhelderend,’ vertelt Dekkers.
In de oudergesprekken vraagt De Graaff ook wat de ouders voor de toekomst van hun kind willen. ‘Vaak denken ze daar hetzelfde over,’ zegt hij. ‘Ze willen allebei het beste. Maar om dat te bereiken hebben ze wel elkaar nodig.’ De opzet is om ouders hun eigen regisseur van het traject te laten zijn. ‘Zij moeten samen verder,’ legt De Graaff uit. Dekkers en De Graaff laten ouders weer op ouderniveau met elkaar praten. ‘Scheiden doe je echt samen,’ benadrukt De Graaff.
Na het eerste serie oudergesprek en drie begeleide omgangen met het kind, wordt er een individueel traject uitgezet. Als de omgang inmiddels thuis kan plaatsvinden, zijn er nog steeds vrijwilligers bij aanwezig. De Graaff noemt het voorbeeld van een moeder die aangeeft dat ze nog niet wil overgaan tot omgang zonder begeleiding. ‘Jullie kennen ‘m niet goed genoeg. In het begin vertoont hij prima sociaal gedrag maar na twee uur slaat de verveling toe. En hoe moet dat dan de rest van de middag?’ Het voorstel van De Graaff was dan ook om in de laatste twee uur van de omgang begeleiding in te zetten.
De individuele invulling van het traject is belangrijk, menen beiden. Dat maakt de kans op slagen zo groot mogelijk. ‘Het is namelijk echt in het belang van het kind als het beide ouders ziet,’ benadrukt Dekkers. Vooral in de leeftijd van 11 tot 15 jaar als kinderen op zoek gaan naar hun identiteit. ‘Ze kijken dan van wie ze bepaalde trekken hebben. Het is fijn als die andere ouder dan ook in hun leven is,’ legt zij uit.
Voor Dekkers en De Graaff is de inzet om mensen weer tot afspraken te laten komen en dat er communicatie tussen hen is. Dan beschouwen zij het traject als geslaagd. ‘Dat gebeurt in ongeveer veertig procent van de gevallen,’ weet De Graaff. Soms zien zij mensen terugkeren. Ondanks dat sommigen in hun strijd volharden, blijft de inzet gelijk. Een voorbeeld dat De Graaff altijd zal bijblijven is die van een tienjarig meisje dat viool speelt voor haar moeder. Op het moment dat haar vader haar komt ophalen, roept ze hem erbij. Ze zet voor hen beiden een stoel neer, vlak naast elkaar. De ouders gaan onwennig naast elkaar zitten; ze moeten wel. Het meisje kijkt hen aan en zegt: ‘Dit is voor het eerst dat ik jullie weer samen zie.’
Omgangsoma Inge Harkema
Vanuit Den Bosch begeleidt omgangsoma Inge Harkema kinderen van gescheiden ouders tijdens de omgang met de niet-verzorgende ouder; zij haalt de kinderen ook op en brengt hen weer terug bij de verzorgende ouder. Het klinkt eenvoudig, maar in deze functie voelt ze pas wat kinderen doormaken als de gescheiden ouders niet of nauwelijks met elkaar (kunnen) communiceren. ‘Ik heb mij vroeger als familierechtadvocaat altijd ook al het lot van kinderen aangetrokken. Maar nu als omgangsoma voel ik ook echt hoe kinderen een scheiding ervaren. Dat vind ik heftig,’ vertelt Harkema die inmiddels is gepensioneerd en sinds twee jaar actief is in dit werk.
Haar jarenlange ervaring als familierechtadvocaat en mediator helpt haar in haar vrijwilligerswerk. Ze vervult niet de rol van mediator - daar zijn anderen voor - maar ze wil vooral ‘veiligheid’ uitstralen naar de kinderen. ‘Ik begeleidt ze in het stukje niemandsland dat tussen beide ouders ligt. Ik merk dat kinderen het verblijf in dat niemandsland hartstikke moeilijk vinden. Ze hebben een hekel aan die overgang,’ merkt Harkema op.
De overgang van de ene naar de andere ouder is voor de kinderen zo moeilijk omdat zij doorgaans een goede band met beide ouders hebben. De strijd van de ouders is in het stukje ‘niemandsland’ zo voelbaar voor de kinderen, legt Harkema uit. ‘Voor hen is het lastig te begrijpen dat papa of mama niet kan rijden. Vaak is het bij het weggaan bij de verzorgde ouder dat de kinderen niet willen, in tranen zijn of buikpijn hebben. Als ze dan bij de andere ouder aankomen, zijn ze blij die te zien en zijn alle dingetjes bij het weggaan op slag vergeten. De verhalen van huilend weggaan bij de één en opgewekt aankomen bij de ander, kloppen dan ook echt.’
Zij rijdt de kinderen meestal eens in de twee weken op en neer. Doorgaans zijn de problemen tussen de ouders zo ingewikkeld dat de begeleiding van Harkema wel kan oplopen tot meer dan tien keer. Vaak is het onderlinge vertrouwen tussen de ex-partners helemaal weg. In principe blijft Harkema er tijdens de omgang bij en ziet ze hoe de ouder en kinderen met elkaar omgaan. Het is de bedoeling om als de omgang weer goed op gang is gekomen, dat de ouders deze zelf gaan organiseren en uitvoeren.
Harkema weet vanuit de praktijk dat er veel scheidingen zijn waarbij de ingewikkelde problemen van de ouders een soepele omgang met de kinderen in de weg staan. Harkema verwacht én hoopt dan ook dat er in de toekomst steeds meer mogelijkheden komen van begeleiding van derden aan mensen met kinderen die gaan scheiden. ‘Terwijl je rouwt en afscheid neemt van je partnerrelatie, moet je tegelijkertijd de relatie als ouders op een andere manier goed invullen. Dat is een superklus.’ Maar wel een klus die ouders moeten klaren, als ze het beste voor hebben met hun kind(eren), meent zij.
Achtergrondinformatie
Ons land telt ongeveer dertien omgangshuizen. Deze huizen zijn neutrale plekken waar een ouder en een kind elkaar ontmoeten. De opzet van de omgangshuizen is verschillend. Er is geen landelijke aanpak, hoewel er – bijvoorbeeld in Noord-Brabant – steeds meer samenwerking is voor ‘the best practice’. De grote kracht van omgangshuizen is de neutraliteit van de locatie, legt mr. Brigitte Chin-A-Fat uit. Zij deed onderzoek naar omgangshuizen voor de Vrije Universiteit Amsterdam en is bestuurslid van de stichting OK kids die kennis over omgangshuizen wil uitwisselen tussen professionals. Dat ook medewerkers – vaak opgeleide vrijwilligers – aanwezig zijn in het omgangshuis die eveneens ‘neutraal’ zijn, is een tweede belangrijk gegeven. Dat geeft de verzorgende ouder het vertrouwen zijn of haar kind(eren) achter te laten voor een ontmoeting met de uitwonende ouder. Sommige ouders zijn bijvoorbeeld bang dat een kind wordt ontvoerd of ze houden het contact tegen wegens een drugs- of drankverslaving van de ander. Omgangsbegeleiding is altijd tijdelijk. Het is de bedoeling dat ouders na ongeveer een (half) jaar zelf de afspraken kunnen uitvoeren.