TV-programma 'Volgende Vraag' over scheiden
Ouderschapsplan: aanpak per kinderleeftijd
‘Het opstellen van een ouderschapsplan is een hele klus. Juist omdat hierbij gevoelens meespelen als angst en woede, is het bijna altijd noodzakelijk dat je hulp krijgt van een derde persoon. Een mediator. Liefst eentje die ook nog verstand heeft van kinderen. Immers, een scheiding betekent het einde van een relatie tussen twee volwassenen, maar niet het einde van de relatie tussen ouder en kind. Als scheidende ouder moet je net een stapje harder zetten.’
Alette (36), moeder van Bas (5), Timo (3) en Suze (1):
Kwetsbare groep
De pre-adolescentiefase
Zie ook 'Hulpvragen ouderschapsplan' onder links
Gerelateerde artikelen
Word collega’s, voor de kinderenKIES: hulp voor kinderen
Kinderen zitten tijdens de scheiding van hun ouders vaak met veel onuitgesproken vragen en gevoelens. De ouders zelf zijn regelmatig te veel opgeslokt door hun eigen problemen. Het kind komt daardoor in de kou te staan. 'Het voelt als een knoop in mijn buik', is een veelgehoorde uitspraak. Of: 'Het is mijn schuld dat mijn ouders zijn gescheiden'. Gevolg: kinderen trekken zich terug, of gaan juist hyperactief gedrag vertonen. Kinderen die zich eenzaam en onbegrepen voelen, tonen zich juist boos of agressief, of hebben loyaliteits-problemen ('Ik vind de nieuwe vriendin van mijn vader erg aardig, maar dat mag mijn moeder niet weten'). De KIEScoach is getraind om ruimte aan al deze gevoelens te geven, en deze een plek te geven.
Kiezen voor jezelf
Corien de Vroedt, sinds 2007 specialist in mediation bij echtscheidingen, is in Leiderdorp gevestigd als gecertificeerd KIEScoach. Zij vertelt over de aanpak: 'Tijdens speelse sessies werken we aan het uiten van gevoelens in een veilige sfeer, aan emotionele stevigheid en aan een positief zelfbeeld. Het persoonlijk verhaal van het kind stel ik daarbij voorop. Elk kind is anders en ervaart en verwerkt emotionele gebeurtenissen ook anders. De KIES-formule biedt daarom veel ruimte voor een aanpak op maat.'
Begeleidingsvormen
De Vroedt biedt verschillende vormen van begeleiding. Zo kunnen kinderen gedurende vier bijeenkomsten in groepjes van maximaal vier hun verhaal vertellen, elkaar tips geven of alleen maar luisteren. Hierbij staan hun eigen ervaringen centraal. Ook kan de KIEScoach het kind een stem geven in het op te stellen ouderschapsplan. Naast de eigen beleving, wordt dan onder meer de omgangsregeling besproken. Ook de ouders worden hierbij betrokken. Tot slot kan de KIEScoach een rol spelen op de basisschool, vaak nog de enige plek waar alles veilig blijft. De KIEScoach leert de deelnemende kinderen hun ervaringen een plaats te geven samen met lotgenoten. Dit gebeurt tijdens 8 bijeenkomsten en met behulp van allerlei werkvormen. Scholen kunnen hiervoor bij de gemeente subsidie aanvragen.
Het belang van aandacht voor de gevoelens van het kind blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dat heeft aangetoond dat veel kinderen als gevolg van een echtscheiding later verscheidene psychische problemen krijgen, doordat onvoldoende aandacht is besteed aan de gevoelens van het kind.
Voor meer informatie over aanmeldingen, kosten en startdata: stuur een e-mail met uw vraag naar info@acturesmediation.nl of bel 06 – 10 75 01 70.
Voor informatie over KIES: www.kiesvoorhetkind.nl
Waar blijven opa en oma?
Terwijl opa en oma juist continuïteit kunnen bieden als de wereld van de kinderen instort, vertelt het artikel op Plus online.
Vraagbaak in de buurt
Toen zij problemen had met haar ’s nachts ronddolende peuter, wist ze niet wie ze om advies kon vragen. ‘Iedere ouder zit wel eens met vragen.’ Het nieuwe Centrum voor Jeugd en Gezin heeft antwoorden.
Krijsend komt een driejarig peutertje op de arm van haar vader naar buiten uit de behandelkamer. Een meisje met lang, krullend haar kijkt haar beteuterd aan. Het krullenkopje heeft vanaf het moment dat ze binnenkwam en haar vader haar op een van de commodes uitkleedde, hartverscheurend gehuild. Het kleurrijke keukentje of de tractor, niets kon haar op andere gedachten brengen. Net toen ze wat tot rust was gekomen, kwam haar huilende leeftijdsgenootje naar buiten. Ook een meisje met twee rode staartjes dat in de wachtkamer zit, kijkt nu benauwd op. Toen de medewerkster van het consultatiebureau achtereenvolgens haar gewicht en haar lengte opmat, had ze nog gepreveld dat ze het wel leuk vond allemaal. Maar nu weet ze het niet meer zo zeker. De vader van het meisje met de krullen vraagt: ‘Heeft ze soms een nare prik gehad?’ ‘Nee,’ zegt de andere vader. ‘Ze mocht het speelgoed niet meenemen.’
Fantasieën
Kinderen in de gemeente Alphen aan den Rijn gaan, zoals overal in Nederland, vanaf hun geboorte regelmatig langs bij het consultatiebureau. Maar wat anders is aan dit consultatiebureau, is dat het sinds een jaar deel uitmaakt van het Centrum voor Jeugd en Gezin. In het centrum huizen een schoolarts, het opvoedbureau van Activite Jeugdzorg Zuid-Holland, maatschappelijk werk Kwadraad, GGD Hollands Midden en Bureau Jeugdzorg. Het centrum kan met al deze instanties, ook nadat kleuters vier zijn geworden, een vertrouwd aanspreekpunt voor ouders en kinderen blijven.
Iedere ochtend houdt het Centrum voor Jeugd en Gezin van negen tot tien inloopspreekuur. Ouders en kinderen tot 23 jaar kunnen dan zonder afspraak binnenlopen met vragen. De ene ochtend zit er iemand van het consultatiebureau, de andere ochtend de schoolarts of iemand van jeugdmaatschappelijk werk. Bellen om een afspraak te maken kan ook. Of mailen, zoals deze ochtend gebeurt, als de moeder van een negenjarig dochtertje mailt naar Mathilda van den Berg, verpleegkundige van het consultatiebureau en coördinatrice van het centrum.
Haar dochter heeft de wildste fantasieën en vertelt dat ook op school. Hoe kan ze daar nu het beste mee omgaan? Van den Berg en haar collega’s krijgen de meest uiteenlopende vragen over opvoeden en opgroeien. Voorbeelden zijn: mijn ex-partner wil het kind twee weken mee op vakantie nemen maar ik ben erop tegen. Wat nu? Of: mijn zoon rijdt brommer zonder rijbewijs. Hoe spreek ik hem erop aan? Mathilda van den Berg: ‘Ons credo is dat niemand wordt weggestuurd. We horen het verhaal van de ouders aan, vragen door en maken een afspraak met de juiste instantie. Ouders vertrekken hier niet met een telefoonnummer, maar met een vervolgafspraak.’
Het consultatiebureau gaat bij alle pasgeboren baby’s op huisbezoek. Als de situatie thuis reden tot ongerustheid geeft, kan Van den Berg of haar collega in het centrum meteen informeren bij Bureau Jeugdzorg of de GGD of het gezin al wordt bijgestaan. ‘Met het consultatiebureau en de schoolarts samen hebben we een groot bereik. We kunnen veel op tijd signaleren, zodat we kunnen voorkomen dat een situatie uit de hand loopt.’
Savanna
Erger voorkomen is het doel. En dat hebben ze meegemaakt in Alphen aan den Rijn. Hier woonde Savanna, die uiteindelijk aan kindermishandeling is overleden, ook al had het gezin een voogd. Marion Goedhart, programmamanager jeugd van de gemeente, verzucht: ‘Ik weet niet of je zulke tragische incidenten altijd voor kunt zijn, maar in die situaties zie je vaak wel dat allerlei hulpverlenende instanties langs elkaar heen werken. Dat willen we voor zijn.’ Het centrum is gevestigd in een hoek van het Rijnland ziekenhuis in Alphen aan den Rijn. In de wachtruimte staat een kast met folders van allerlei instanties. Vanaf de wachtruimte en balie loopt een gang met acht deuren, van paars tot oranje geschilderd. Aan het eind staat op een kast een hele rij pluizige eenden. In een open ruimte midden in de gang is het consultatiebureau gevestigd. ‘Het voordeel van gevestigd zijn in een ziekenhuis is dat er geen etiket aan kleeft. Het nadeel is weer dat niemand graag naar een ziekenhuis gaat,’ zegt Goedhart.
Schoenen aan
Het Centrum voor Jeugd en Gezin is er in eerste instantie om het aanbod aan jeugdhulpverlening beter in beeld te brengen. Want er zijn nogal wat instellingen, zegt Goedhart. ‘Dat je halverwege het traject het gevoel hebt dat je als ouders verzuipt kan ik me goed voorstellen. Opvoedkundige hulp, ook preventieve, is vaak slecht bekend.’ Het samenwerken in één centrum moet ook de samenwerking tussen instanties bevorderen. ‘Zo voorkomen we dat ouders intake-gesprek na intake-gesprek af moeten lopen.’
Het accent ligt op laagdrempelige hulpverlening. Toch loopt het, anders dan je misschien zou verwachten, niet meteen storm bij het spreekuur. Van den Berg: ‘We zien dat veel mensen bang zijn voor instanties als Bureau Jeugdzorg. Het beeld leeft dat je dan gelijk je kind kwijtraakt. Veel mensen ervaren daarom een drempel voordat ze naar hulp zoeken.’ Ten onrechte, meent Goedhart. ‘We denken allemaal wel eens: jeetje, hoe los ik dat op?’ Ze is zelf een gescheiden moeder van twee inmiddels volwassen kinderen. ‘Ik weet nog wel dat mijn oudste drie was en ’s nachts voortdurend aan de wandel ging. De jongste was nog een baby. Ik kon niet meer. Op een gegeven moment stond hij weer naast mijn bed. Toen zei ik: “Als je nu je bed niet in gaat, zet ik je op het balkon.” Waarop hij de onsterfelijke woorden uitsprak: “Mama, mag ik dan wel mijn schoenen aan?”’
In iedere gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin In 2011 moet iedere gemeente een eigen Centrum voor Jeugd en Gezin hebben. Het centrum is bedoeld als een herkenbaar inlooppunt in de buurt waar ouders en jongeren terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien. De wet schrijft een basismodel voor, maar wat er verder precies aan hulpverlening in zo’n centrum zal zijn, mogen gemeenten zelf bepalen. Er moet in ieder geval een schakel zijn met Bureau Jeugdzorg en het onderwijs. Daarnaast heeft het centrum een advies- en signaleringsfunctie. De centra zijn niet bedoeld als extra aanbod of laag bij de al ingewikkelde jeugdzorgkaravaan, maar moeten juist de drempel naar hulp beslechten. Zoals Marion Goedhart van de gemeente Alphen aan den Rijn zegt: ‘We willen dat het veel gewoner wordt om even binnen te lopen als je een vraag hebt over de opvoeding van je kind’.













