minimaliseren stuur door

TV-programma 'Volgende Vraag' over scheiden

In het programma 'Volgende Vraag' geeft de VARA kijkers hulp bij het maken van keuzes over consumentenzaken. In de aflevering van 1 feburari 2010 werden vragen over scheiden beantwoord. Te gast waren vFAS-advocaat/mediator Paul de Gier en Maaike de Kort van het expertisecentrum Kind en Scheiding.

Lees verder

Ouderschapsplan: aanpak per kinderleeftijd

Ouderschapsplan: aanpak per kinderleeftijd

Wie kinderen heeft en gaat scheiden, wil het allerbeste voor hen. Alleen: een ideaal ouderschapsplan bestaat niet. Want bij iedere leeftijd hoort een andere aanpak, vertelt schrijver en deskundige Pieter Vermeulen.

Vermeulen is specialist op het gebied van gezin en scheiding. Vermeulen geeft workshops en training over scheiding en gezin aan zowel professionals en ouders.

Lees verder

‘Het opstellen van een ouderschapsplan is een hele klus. Juist omdat hierbij gevoelens meespelen als angst en woede, is het bijna altijd noodzakelijk dat je hulp krijgt van een derde persoon. Een mediator. Liefst eentje die ook nog verstand heeft van kinderen. Immers, een scheiding betekent het einde van een relatie tussen twee volwassenen, maar niet het einde van de relatie tussen ouder en kind. Als scheidende ouder moet je net een stapje harder zetten.’
 

Tot drie jaar:
Moeder is nummer één
De basis van het ouderschapsplan is voor Vermeulen de ontwikkelingsfase van een kind. Daarbij maakt hij gebruik van de hechtingstheorie van de Amerikaanse psycholoog en onderzoeker Robert Emery. ‘Met name als het gaat om baby’s en zeer jonge kinderen, moeten we letten op de manier waarop kinderen zich aan ouders hechten. Het is goed voor een baby als hij tot en met achttien maanden tenminste één veilige hechtingsfiguur heeft. Degene die het meest bij de baby is, het sterkste positief op hem reageert en zich richt op zijn behoeften, is voor hem veilig en vertrouwd. Dat is belangrijk, het is de basis voor de rest van zijn leven.’ Bij een scheiding is het volgens Vermeulen van belang dat de baby één vaste en duidelijke verblijfplaats heeft en frequent en relatief kort contact heeft met de andere ouder. ‘Als kinderen onder de twee jaar hun moeder langer dan twee dagen niet zien, worden ze angstig. Een onveilige hechting kan leiden tot psychologische problemen. Co-ouderschap is vanuit dit oogpunt dus niet wenselijk. Soms krijg ik hier een vader die koste wat het kost een 50%-regeling wil. Dan neem ik heel uitgebreid de tijd om uit te leggen dat dat niet goed is.’ Vermeulen raadt aan te beginnen met korte bezoekjes, om de twee, drie dagen bijvoorbeeld. ‘En doe dan iets structureels met je kind. Speel met hem, doe hem in bad. Op die manier kun je de band met je kind opbouwen en behouden.’

Alette (36), moeder van Bas (5), Timo (3) en Suze (1):
‘Een paar maanden geleden heb ik ontdekt dat mijn man al jarenlang vreemdgaat. Ik wil zo snel mogelijk van hem af. Mijn eerste reactie was: hij krijgt de kinderen niet meer te zien. Maar daar straf ik de kinderen alleen maar mee, dus dat is niet de oplossing. Ons contact gaat zeer moeizaam, ik verdraag hem nauwelijks in mijn buurt. Toch moet dat, al was het maar om bij onze therapeut een fatsoenlijk ouderschapsplan op papier te krijgen. Suze is het meest bij mij, Bas en Timo gaan om het weekend naar hun vader. Bas heeft ogenschijnlijk nergens last van. Hij is trots op het feit dat hij nu twee huizen heeft, Timo is ook een heel vrolijk mannetje gebleven. Dat is het enige waar ik nu blij mee ben; als zij maar gelukkig zijn.’
 
Van drie tot vijf  jaar:
Houd goed contact
Een kind tussen de drie en de vijf jaar denkt dat hij het centrum van de wereld is en voelt zich vaak om die reden verantwoordelijk voor de scheiding van zijn ouders. Hij zegt graag wat zijn ouders willen horen. Vermeulen: ‘Ze maken nog geen onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid. Op zich heel mooi, omdat ze zo hun verdriet voor zichzelf verzachten. Maar let op wat je kind zegt en werkelijk denkt. Wat hij bijvoorbeeld tegen jou zegt over de ander kan gemakkelijk tot misverstanden leiden. Daarom: houd contact met je ex-partner en vraag hoe iets echt zit.’

Sheila (46), moeder van Gaya (5):
‘Na zes jaar huwelijk ben ik vorig jaar gescheiden. Uit een eerder huwelijk heeft mijn ex twee dochters, van 14 en 16 en samen hebben we één dochter, Gaya. Mijn ex en ik hebben eindeloos gevochten om de omgangsregeling. Hij wilde haar van donderdag op vrijdag en eens in de twee weken een heel weekend tot en met maandagmorgen, zodat zij met zijn twee andere kinderen tegelijk bij hem waren. Maar ik was vrij op donderdag en vond dat veel te lang. Een vriend van mij heeft bemiddeld en we hebben nog met een mediator gepraat. Uiteindelijk heeft mijn ex redelijk zijn zin gekregen, behalve dat Gaya op zondagavond bij mij is. Ik heb mijn ex voor Gaya wel altijd hooggehouden. Ik heb nooit gezegd: hij heeft ons verlaten, maar: het ging niet samen. We vallen elkaar en plein public ook nooit af. Toch blijf ik het moeilijk vinden omdat ik hem soms wel kan wurgen. Het prettige vind ik dat hij een goede vader is. Geen weekendpa die alles goed vindt. Gelukkig gaat het goed met Gaya, ze switcht soepel van de een naar de ander.’
 
Zes tot negen jaar:
Kwetsbare groep
Kinderen van deze leeftijd leren meer hun eigen weg te gaan; ze zijn op school, spelen met vriendjes en gaan naar een sportclub. Ze ontwikkelen een gevoel van eigenwaarde en persoonlijke en sociale vaardigheden. Ook maken ze onderscheid tussen goed en kwaad. Vermeulen: ‘Toch is het tegelijkertijd een hele kwetsbare fase. Het kind is in staat om woorden te vinden voor zijn gevoelens, maar kan die gevoelens nog niet altijd beheersen. Hij begrijpt dat het leven ingewikkeld is, maar kan nog niet goed met die ingewikkeldheid omgaan. Zo had ik een meisje van zes in de praktijk tegen wie ik zei: ‘Stel je voor dat mijn pen een toverstokje is, wat zou je dan willen toveren? Zei antwoordde: ‘Dat mijn papa en mama weer bij elkaar komen’. ‘Dat snap ik wel,’ zei ik toen, ‘maar het is een pen en geen toverstokje.’ ‘Weet ik,’ zei ze, ‘maar ik mag het toch hopen?’ Die hoop wil ik haar niet afnemen, maar het is belangrijk om als ouders eerlijk en duidelijk te zijn. Zeg hoe het zit, zwak geen dingen af om je kind minder verdrietig te maken. Papa en mama blijven niet bij elkaar maar het leuke is dat hij nu twee huizen en twee kamers heeft. En dat hij bijvoorbeeld zijn eigen bed mag uitzoeken. Zo help je je kind over zijn verdriet heen te komen. Verdriet is geen pathologie, je kunt het niet mooier maken dan het is. Kinderen kunnen over het algemeen verdrietige boodschappen heel goed aan. Het merendeel van de kinderen komt echt over een scheiding heen.’

Vanaf tien jaar:
De pre-adolescentiefase
Kinderen in deze leeftijd hebben een beter besef van tijd en zijn goed in staat om mee te denken over schema’s en regelingen. Soms trekken ze maar naar één ouder toe. Vermeulen: ‘Het is belangrijk dat kinderen in deze fase gestimuleerd worden met vriendjes en vriendinnetjes te praten. Zo ontwikkelen ze zich op sociaal en intellectueel gebied.’ Ze hebben een duidelijk idee over wat eerlijk is en wat niet, vooral als het henzelf betreft. Vermeulen: ‘Niks egoїstischer dan een puber. Ze worden sneller boos en zijn vooral bezig met zichzelf, niet zozeer met de scheiding op zich. Luister goed naar je kind en neem hem vooral zeer serieus in wat hij zegt. Maar laat het duidelijk zijn dat jij uiteindelijk de beslissingen neemt.’

Sofie (17):
‘Mijn ouders zijn twee keer gescheiden, een keer toen ik acht was en de tweede keer toen ik twaalf was. Het gekke is dat ik me van de scheidingen zelf niet veel meer kan herinneren. Van de gevolgen wel. Ik ging met mijn moeder in een piepklein huisje wonen en mijn moeder werkte keihard. Na school was ik altijd alleen thuis. Gelukkig had ik een leuke vriendin bij wie het thuis een zoete inval was. Mijn moeder kreeg een vriend. Aanvankelijk zag ik die niet zitten, nu wel gelukkig. Ik was toen vooral jaloers op hem. Mijn vader grossierde direct in vriendinnen. Iedere week had hij zowat een ander. In het weekend was ik om beurten bij mijn vader of mijn moeder, maar eigenlijk voelde ik me tot mijn vijftiende bij geen van beiden echt prettig. Ook niet omdat ze altijd kwaad spraken over elkaar. Mijn moeder zei wel eens: het enige leuke aan je vader is dat ik jou heb gekregen.’
 
Visie vFAS:
Waar afspraken over de kinderen tijdens het huwelijk al belangrijk zijn, geldt dat veel sterker als de ouders uit elkaar zijn. De vFAS advocaat mediator zal de situatie rondom de zorg voor de kinderen na echtscheiding uitgebreid met u bespreken en kan de afspraken correct vastleggen in een Ouderschapsplan. Zo'n plan is sinds 1 maart van dit jaar zelfs verplicht als u gaat scheiden. U moet dus in ieder geval over de kinderen overleg hebben. Wellicht dat een goed gesprek, of mediation, over de kinderen er zelfs toe leidt dat u ook tot goede afspraken over de andere aspecten van de echtscheiding kunt komen.

 

Zie ook 'Hulpvragen ouderschapsplan' onder links

 

Terug | Print

KIES: hulp voor kinderen

Aandacht voor kinderen tijdens het emotionele proces van een scheiding is niet vanzelfsprekend: 'Mijn ouders werden geholpen, maar niemand hielp mij'. Sinds enige tijd bestaat KIES, Kinderen in Echtscheidings-Situaties. KIEScoach Corien de Vroedt vertelt over de aanpak.

Lees verder

Kinderen zitten tijdens de scheiding van hun ouders vaak met veel onuitgesproken vragen en gevoelens. De ouders zelf zijn regelmatig te veel opgeslokt door hun eigen problemen. Het kind komt daardoor in de kou te staan. 'Het voelt als een knoop in mijn buik', is een veelgehoorde uitspraak. Of: 'Het is mijn schuld dat mijn ouders zijn gescheiden'. Gevolg: kinderen trekken zich terug, of gaan juist hyperactief gedrag vertonen. Kinderen die zich eenzaam en onbegrepen voelen, tonen zich juist boos of agressief, of hebben loyaliteits-problemen ('Ik vind de nieuwe vriendin van mijn vader erg aardig, maar dat mag mijn moeder niet weten'). De KIEScoach is getraind om ruimte aan al deze gevoelens te geven, en deze een plek te geven.

Kiezen voor jezelf
Corien de Vroedt, sinds 2007 specialist in mediation bij echtscheidingen, is in Leiderdorp gevestigd als gecertificeerd KIEScoach. Zij vertelt over de aanpak: 'Tijdens speelse sessies werken we aan het uiten van gevoelens in een veilige sfeer, aan emotionele stevigheid en aan een positief zelfbeeld. Het persoonlijk verhaal van het kind stel ik daarbij voorop. Elk kind is anders en ervaart en verwerkt emotionele gebeurtenissen ook anders. De KIES-formule biedt daarom veel ruimte voor een aanpak op maat.'

Begeleidingsvormen
De Vroedt biedt verschillende vormen van begeleiding. Zo kunnen kinderen gedurende vier bijeenkomsten in groepjes van maximaal vier hun verhaal vertellen, elkaar tips geven of alleen maar luisteren. Hierbij staan hun eigen ervaringen centraal. Ook kan de KIEScoach het kind een stem geven in het op te stellen ouderschapsplan. Naast de eigen beleving, wordt dan onder meer de omgangsregeling besproken. Ook de ouders worden hierbij betrokken. Tot slot kan de KIEScoach een rol spelen op de basisschool, vaak nog de enige plek waar alles veilig blijft. De KIEScoach leert de deelnemende kinderen hun ervaringen een plaats te geven samen met lotgenoten. Dit gebeurt tijdens 8 bijeenkomsten en met behulp van allerlei werkvormen. Scholen kunnen hiervoor bij de gemeente subsidie aanvragen.

Het belang van aandacht voor de gevoelens van het kind blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Dat heeft aangetoond dat veel kinderen als gevolg van een echtscheiding later verscheidene psychische problemen krijgen, doordat onvoldoende aandacht is besteed aan de gevoelens van het kind. 

Voor meer informatie over aanmeldingen, kosten en startdata: stuur een e-mail met uw vraag naar info@acturesmediation.nl of bel 06 – 10 75 01 70.

Voor informatie over KIES: www.kiesvoorhetkind.nl

Terug | Print

Waar blijven opa en oma?

Bij een scheiding staan ouders en kinderen centraal. Grootouders hebben ’t nakijken. Uit onderzoek van Plus Magazine en TNO NIPO blijkt dat voor 53 procent van de grootouders het contact met de kleinkinderen na een scheiding verandert, vaak in negatieve zin.

Lees verder

Terwijl opa en oma juist continuïteit kunnen bieden als de wereld van de kinderen instort, vertelt het artikel op Plus online.

Terug | Print

Vraagbaak in de buurt

Vraagbaak in de buurt

 

Omdat iedereen wel eens met een opvoedvraag zit: Centrum voor Jeugd en Gezin als loket voor opvoedingsvragen en -problemen.
‘Had ik het maar geweten,’ verzucht Marion Goedhart, programmamanager jeugd van de gemeente Alphen aan den Rijn.
Lees verder

Toen zij problemen had met haar ’s nachts ronddolende peuter, wist ze niet wie ze om advies kon vragen. ‘Iedere ouder zit wel eens met vragen.’ Het nieuwe Centrum voor Jeugd en Gezin heeft antwoorden.

Krijsend komt een driejarig peutertje op de arm van haar vader naar buiten uit de behandelkamer. Een meisje met lang, krullend haar kijkt haar beteuterd aan. Het krullenkopje heeft vanaf het moment dat ze binnenkwam en haar vader haar op een van de commodes uitkleedde, hartverscheurend gehuild. Het kleurrijke keukentje of de tractor, niets kon haar op andere gedachten brengen. Net toen ze wat tot rust was gekomen, kwam haar huilende leeftijdsgenootje naar buiten. Ook een meisje met twee rode staartjes dat in de wachtkamer zit, kijkt nu benauwd op. Toen de medewerkster van het consultatiebureau achtereenvolgens haar gewicht en haar lengte opmat, had ze nog gepreveld dat ze het wel leuk vond allemaal. Maar nu weet ze het niet meer zo zeker. De vader van het meisje met de krullen vraagt: ‘Heeft ze soms een nare prik gehad?’ ‘Nee,’ zegt de andere vader. ‘Ze mocht het speelgoed niet meenemen.’

Fantasieën
Kinderen in de gemeente Alphen aan den Rijn gaan, zoals overal in Nederland, vanaf hun geboorte regelmatig langs bij het consultatiebureau. Maar wat anders is aan dit consultatiebureau, is dat het sinds een jaar deel uitmaakt van het Centrum voor Jeugd en Gezin. In het centrum huizen een schoolarts, het opvoedbureau van Activite Jeugdzorg Zuid-Holland, maatschappelijk werk Kwadraad, GGD Hollands Midden en Bureau Jeugdzorg. Het centrum kan met al deze instanties, ook nadat kleuters vier zijn geworden, een vertrouwd aanspreekpunt voor ouders en kinderen blijven.

Iedere ochtend houdt het Centrum voor Jeugd en Gezin van negen tot tien inloopspreekuur. Ouders en kinderen tot 23 jaar kunnen dan zonder afspraak binnenlopen met vragen. De ene ochtend zit er iemand van het consultatiebureau, de andere ochtend de schoolarts of iemand van jeugdmaatschappelijk werk. Bellen om een afspraak te maken kan ook. Of mailen, zoals deze ochtend gebeurt, als de moeder van een negenjarig dochtertje mailt naar Mathilda van den Berg, verpleegkundige van het consultatiebureau en coördinatrice van het centrum.
Haar dochter heeft de wildste fantasieën en vertelt dat ook op school. Hoe kan ze daar nu het beste mee omgaan? Van den Berg en haar collega’s krijgen de meest uiteenlopende vragen over opvoeden en opgroeien. Voorbeelden zijn: mijn ex-partner wil het kind twee weken mee op vakantie nemen maar ik ben erop tegen. Wat nu? Of: mijn zoon rijdt brommer zonder rijbewijs. Hoe spreek ik hem erop aan? Mathilda van den Berg: ‘Ons credo is dat niemand wordt weggestuurd. We horen het verhaal van de ouders aan, vragen door en maken een afspraak met de juiste instantie. Ouders vertrekken hier niet met een telefoonnummer, maar met een vervolgafspraak.’

Het consultatiebureau gaat bij alle pasgeboren baby’s op huisbezoek. Als de situatie thuis reden tot ongerustheid geeft, kan Van den Berg of haar collega in het centrum meteen informeren bij Bureau Jeugdzorg of de GGD of het gezin al wordt bijgestaan. ‘Met het consultatiebureau en de schoolarts samen hebben we een groot bereik. We kunnen veel op tijd signaleren, zodat we kunnen voorkomen dat een situatie uit de hand loopt.’

Savanna
Erger voorkomen is het doel. En dat hebben ze meegemaakt in Alphen aan den Rijn. Hier woonde Savanna, die uiteindelijk aan kindermishandeling is overleden, ook al had het gezin een voogd. Marion Goedhart, programmamanager jeugd van de gemeente, verzucht: ‘Ik weet niet of je zulke tragische incidenten altijd voor kunt zijn, maar in die situaties zie je vaak wel dat allerlei hulpverlenende instanties langs elkaar heen werken. Dat willen we voor zijn.’ Het centrum is gevestigd in een hoek van het Rijnland ziekenhuis in Alphen aan den Rijn. In de wachtruimte staat een kast met folders van allerlei instanties. Vanaf de wachtruimte en balie loopt een gang met acht deuren, van paars tot oranje geschilderd. Aan het eind staat op een kast een hele rij pluizige eenden. In een open ruimte midden in de gang is het consultatiebureau gevestigd. ‘Het voordeel van gevestigd zijn in een ziekenhuis is dat er geen etiket aan kleeft. Het nadeel is weer dat niemand graag naar een ziekenhuis gaat,’ zegt Goedhart.

Schoenen aan
Het Centrum voor Jeugd en Gezin is er in eerste instantie om het aanbod aan jeugdhulpverlening beter in beeld te brengen. Want er zijn nogal wat instellingen, zegt Goedhart. ‘Dat je halverwege het traject het gevoel hebt dat je als ouders verzuipt kan ik me goed voorstellen. Opvoedkundige hulp, ook preventieve, is vaak slecht bekend.’ Het samenwerken in één centrum moet ook de samenwerking tussen instanties bevorderen. ‘Zo voorkomen we dat ouders intake-gesprek na intake-gesprek af moeten lopen.’
Het accent ligt op laagdrempelige hulpverlening. Toch loopt het, anders dan je misschien zou verwachten, niet meteen storm bij het spreekuur. Van den Berg: ‘We zien dat veel mensen bang zijn voor instanties als Bureau Jeugdzorg. Het beeld leeft dat je dan gelijk je kind kwijtraakt. Veel mensen ervaren daarom een drempel voordat ze naar hulp zoeken.’ Ten onrechte, meent Goedhart. ‘We denken allemaal wel eens: jeetje, hoe los ik dat op?’ Ze is zelf een gescheiden moeder van twee inmiddels volwassen kinderen. ‘Ik weet nog wel dat mijn oudste drie was en ’s nachts voortdurend aan de wandel ging. De jongste was nog een baby. Ik kon niet meer. Op een gegeven moment stond hij weer naast mijn bed. Toen zei ik: “Als je nu je bed niet in gaat, zet ik je op het balkon.” Waarop hij de onsterfelijke woorden uitsprak: “Mama, mag ik dan wel mijn schoenen aan?”’

In iedere gemeente een Centrum voor Jeugd en Gezin In 2011 moet iedere gemeente een eigen Centrum voor Jeugd en Gezin hebben. Het centrum is bedoeld als een herkenbaar inlooppunt in de buurt waar ouders en jongeren terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien. De wet schrijft een basismodel voor, maar wat er verder precies aan hulpverlening in zo’n centrum zal zijn, mogen gemeenten zelf bepalen. Er moet in ieder geval een schakel zijn met Bureau Jeugdzorg en het onderwijs. Daarnaast heeft het centrum een advies- en signaleringsfunctie. De centra zijn niet bedoeld als extra aanbod of laag bij de al ingewikkelde jeugdzorgkaravaan, maar moeten juist de drempel naar hulp beslechten. Zoals Marion Goedhart van de gemeente Alphen aan den Rijn zegt: ‘We willen dat het veel gewoner wordt om even binnen te lopen als je een vraag hebt over de opvoeding van je kind’.

Kijk voor meer informatie op: www.jeugdengezin.nl.

Terug | Print