minimaliseren stuur door

Rouwcurve van je scheiding

Rouwcurve van je scheiding

Psycholoog Joost van der Waerden legt het emotionele verloop van een scheiding uit. daar gebruikt hij de rouwcurve van Kübler-Ross voor. Ook geeft hij inzichten in het verloop van het verwerkingsproces en hoe je beter door deze periode in je leven heen kunt komen.

 

De mediator helpt mensen de gevolgen van de scheiding in goed overleg met elkaar te regelen. De mediator helpt mensen duidelijk te zijn over de scheidingswens en de ander helder te maken wat de motieven voor de scheiding zijn.

Lees verder

Als de mediator merkt dat bij beiden nog twijfel bestaat over de echtscheiding, zal hij voorstellen om met een relatietherapeut te spreken. Dan kan duidelijk worden of de scheiding onvermijdelijk is of dat er nog mogelijkheden zijn om de relatie voort te zetten. Maar als één van beiden echt wil scheiden zal de ander daarin moeten berusten.
 

Scheiden
Hoe kan een mediator scheidende mensen bijstaan in het verwerkingsproces van de scheiding? Voor beide partners is er sprake van verlies. Degene die de scheiding niet wil, staat voor de opgave te aanvaarden dat het leven met de partner eindigt en dat misschien een gezin opgebroken wordt. Maar ook degene die de beslissing heeft genomen kan een gevoel van mislukking hebben en zich schuldig voelen, ook naar eventuele kinderen toe.

Rouwcurve
Om het proces duidelijk te maken werkt Joost van der Waerden met de rouwcurve van dr. Kübler-Ross. Hij legt uit: ‘In deze verliescurve, zoals ik het bij voorkeur noem, worden de diverse fases van het verwerkingsproces beschreven. Het geeft de verschillende stadia van het proces goed weer. Ik kan mensen tonen waar zij zich bevinden. Ook gebruik ik het om aan te geven dat zij zich in een andere fase bevinden dan hun partner, bijvoorbeeld in het geval dat die niet wil scheiden. Je kunt dan om begrip vragen en aangeven dat er meer tijd nodig is voor de ander om de curve te doorlopen.’

Kübler-Ross
De rouwcurve van dr. Kübler-Ross wordt vaak als lineair proces in illustraties weergegeven. Van der Waerden vervolgt: ‘In de praktijk werken die processen natuurlijk niet zo. Mensen kunnen de ene dag vol begrip zijn en de andere dag weer in woede uitbarsten of heel verdrietig reageren. Ik schets daarom altijd een circulaire lijn, zodat mensen beter begrijpen dat het proces veel grilliger kan verlopen dan het ‘abstracte’ model weergeeft. Het kan gebeuren dat het verwerkingsproces in een bepaalde fase stagneert. Mensen kunnen in de fase waarin ze de volle omvang van het verlies gaan voelen, blijven hangen in apathie en hulpeloosheid of zelfs doorschieten in een depressie. De mediator zal iemand dan adviseren psychologische hulp te zoeken.’

Gezelschap
Op de vraag of je naast begrip tonen en geduld hebben nog meer zelf kan doen om het proces beter te laten verlopen, antwoordt hij: ‘Je moet niet alleen de tijd nemen qua periode, maar bovendien ook tijd voor jezelf vrijmaken. Ik zie vaak dat mensen in een scheidingsperiode hun hele agenda volboeken met afspraken. Ze vertonen een soort vluchtgedrag. Ze durven de confrontatie met hun gevoelens niet aan. Ik zeg dan dat ze ook eens gewoon een avond moeten thuisblijven. Ze moeten hun eigen plek weer vinden. Verder is het belangrijk dat mensen hun gevoelens uiten. Ze moeten niet bang zijn om anderen te vertellen wat ze doormaken, want dat kan enorm opluchten en het verwerkingsproces versnellen. Op de momenten dat iemand dus wel op zoek gaat naar gezelschap, doet een luisterend oor wonderen. Daar kunnen mensen in een scheiding rekening mee houden.’

Ritueel
Van der Waerden sluit zijn aanbevelingen af met een laatste, belangrijke observatie: ‘Een ingrijpende gebeurtenis als een begrafenis of huwelijk kent een zeer lange historie in het leven van de mens. De scheiding bestaat in vergelijking daarmee pas sinds kort. Het heeft als het ware nog geen evolutie doorgemaakt. Daar zit nog zo’n belangrijk verbeterpunt. Ik adviseer mensen altijd de scheiding af te ronden met een ritueel. De kracht van symboliek is namelijk enorm. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het schrijven van een afscheidsbrief, die daarna wordt verbrand.
Het helpt om – voor jezelf of samen met de ander – de zaak af te sluiten. De gebeurtenis wordt daarmee als het ware officieel. Het is bijzonder hoeveel waarde dat voor mensen heeft.’

Terug | Print

Patchworkgezin is niet makkelijk

Chris Pettersson (35) en Olga Leever (42) hadden allebei al twee peuters toen ze elkaar vonden. Inmiddels woont het gezin met z’n zessen onder één dak. Met elkaar vormen ze een zogenaamd ‘patchworkgezin’. ‘We brengen ieder onze eigen kinderen naar bed. Dat is het enige moment dat je even één op één met je kind spreekt.’

Lees verder

Sybren (12) komt binnen en ploft naast Veerle (11) neer op de L-vormige paarse bank.
‘Is dat je zusje?,’ vraagt de verslaggever aan Sybren. Veerle die zich heeft verstopt achter het blad ‘Meiden’ kijkt op en zegt glimlachend: ‘Nou, niet precies.’
Sybren wijst naar Malika (10) die naast Minke (9) aan een hoek van de lange eettafel zit en spelletjes speelt op de laptop. ‘Zij is mijn zusje.’ Veerle op haar beurt wijst naar Minke, die half tegen Malika aanhangt en verdiept is in haar Nintendo. ‘En Minke is mijn zusje.’
Vanuit de gang roept Olga ondertussen naar Sybren: ‘Chris heeft je Cito-score onder de scanner gelegd om naar papa te sturen.’

Olga Leever (42) en Chris Pettersson (35) vormen met hun kinderen een zogenoemd patchworkgezin. Om het andere weekend gaan haar kinderen naar haar ex en zijn kinderen naar hun moeder. De rest van de tijd wonen ze alle vier bij Olga en Chris.

Als om half negen alle vier de kinderen op bed liggen, kruipen Olga en Chris met een kop thee naast elkaar op de bank, klaar voor het gesprek. Nu loopt het allemaal, maar de begintijd was zwaar, zeggen ze allebei. Olga: ‘Ik heb sowieso nooit gedacht dat het leuk zou zijn.’ Chris: ‘We dachten niet dat we één groot gezin zouden worden. Mijn kinderen bleven in eerste instantie bij mijn ex wonen, we zagen ze alleen om het andere weekend.’

Ze leerden elkaar acht jaar geleden kennen. Olga is tekstschrijver en schrijftrainer, Chris verkoper bij een woningcorporatie. Ze ontmoetten elkaar via internet, kort nadat hij had besloten om te gaan scheiden en Olga had gehoord dat haar man homo was. Dat ze allebei al kinderen hadden was toeval. ‘Het ging me niet om de kinderen, het ging me om hem,’ zegt Olga. ‘Al vond ik het wel handig dat hij snapte hoe het is om kinderen te hebben.’

In het begin zagen Chris en Olga elkaar alleen als ze de kinderen niet hadden, of kwam hij langs als de kinderen al op bed lagen. Olga stelde Chris voor als ‘een vriend’. De echte vuurdoop kwam pas toen Olga en haar kinderen op vakantie waren in Bergen, waar Chris met zijn kinderen langskwam. Ze laadden alle vier de kinderen op de achterbank en gingen naar het Sprookjesbos in Enkhuizen. Olga: ‘Onderweg begon Sybren te huilen. Veerle kneep hem, snikte hij. Ik dacht: gezellig hoor.’

Ook voor Chris en Olga was het wennen, met vier kinderen oplopend in leeftijd van één tot en met vier jaar. Olga: ‘Ik had het gevoel dat we aangestaard werden. Ik zag mensen denken: dat is zeker zo’n gezin met zo’n visje achterop de auto, ieder jaar een kind erbij.’

Ontbijttafel dekken
Chris trok al snel in bij het gezin van Olga. Hij paste op de kinderen als zij een avond weg ging, maar bemoeide zich verder weinig met de opvoeding. Dat veranderde toen vijf jaar geleden ook zijn kinderen bij hen kwamen wonen omdat zijn ex de zorg niet meer aankon. Chris: ‘Als je je kinderen om het weekend ziet, ga je vooral leuke dingen doen. Ik kreeg pas een band met ze toen ze hier kwamen wonen. Ineens kwamen twee opvoedculturen bij elkaar.’

Ook haar rol veranderde toen. ‘Tot dan toe was ik een soort leuke tante voor ze geweest.’ Ze moest leren loslaten. ‘In het begin was ik geneigd om ’s avonds al de ontbijttafel te dekken en kleertjes voor iedereen klaar te leggen. Dat heb ik moeten loslaten. Ze maken allemaal vanaf hun vijfde hun eigen broodtrommeltjes klaar.’

Zachtjes tippelt in de gang een kind naar de badkamer. De rode kat springt op de bank, vleit zich op een kussen neer en dommelt in. Olga zegt tegen Chris: ‘Je was in het begin wel slordig. Je had al hun kleertjes in één la en dan trok je er iets uit en vroeg je aan de oudste of dat van haar was of van haar zusje.’

Zijn kinderen kwamen bij ruzies verhaal halen bij hun vader. ‘We hebben dat consequent bij hen terug gelegd. “Naar voor je dat je zusje je speelgoed heeft afgepakt, wat ga je daaraan doen?” Na een half jaar sloeg het aan,’ vertelt Olga. Hun onderlinge verschillen bleken vaak juist uit de interactie met de kinderen. Ze hebben moeten leren om hun meningsverschillen buiten gehoorafstand van de kinderen uit te praten.
Ondanks alle drukte en hectiek van vier kleine kinderen, groeide het gezin naar elkaar toe. Chris: ‘Minke was één en Malika twee toen we bij elkaar kwamen. Ze zijn echt vriendinnetjes geworden, ze weten niet beter.’
Olga: ‘We keken laatst oude filmpjes en dan zegt Malika: “Hier loop je in papa’s huis. Je bent zijn kerstboom aan het optuigen!” Ze herinnert zich niet dat we daar eens samen hebben gewoond.’

Ze kunnen het gelukkig allemaal goed met elkaar vinden. Toch is een stiefkind niet hetzelfde als je eigen kind, merkt Olga op. ‘Het is een fabeltje dat je van je stiefkinderen net zoveel zou moeten houden als van je eigen kinderen. Gelukkig heb ik dat idee nooit gehad.’

Chris en Olga hebben er bewust voor gekozen om te leven als twee gezinnen onder één dak. De kinderen van Olga noemen Chris bij zijn voornaam en voor de kinderen van Chris blijft zijn nieuwe vriendin gewoon ‘Olga’ heten. Chris: ‘We corrigeren elkaars kinderen wel, net als je een kind van een ander corrigeert als dat bij je thuis speelt. Maar echte gesprekken voeren we altijd met onze eigen kinderen.’ Olga: ‘We brengen ieder onze eigen kinderen naar bed. Dat is het enige moment dat je je kind even één op één spreekt.’ Eens in de zoveel tijd gaan ze ook los van elkaar met hun eigen kinderen op stap.

Drie papa’s
Olga zet nog een potje thee. Chris zegt openhartig: ‘Mijn kinderen missen hun echte moeder in het dagelijks leven. Ik zie dingen minder, echte meisjesdingen. Olga wijst me er op, waarna ik met ze ga praten.’
‘Als er eentje ruzie heeft gehad met een meisje of verdrietig oogt, dan wijs ik Chris daarop,’ vertelt Olga. ‘Mijn ex bemoeit zich meer met de opvoeding van onze kinderen. Toen we met Sybren naar de open dag gingen van zijn nieuwe school, gingen alle papa’s mee - ook mijn ex met zijn nieuwe vriend. Wij nemen de belangrijkste beslissingen nog altijd samen. Chris valt vaker terug op mij. Dat is soms wel zwaar.’ 
Met alle drukte is het ook knokken voor een beetje tijd samen. Op vakantie hebben ze een borreluurtje ingesteld, de kinderen weten dat ze het uurtje voordat er wordt begonnen met koken niet moeten storen. Olga: ‘De kinderen hebben er niet voor gekozen om met z’n allen in één huis te wonen. Wij moeten een eenheid vormen. We moeten laten zien dat we van elkaar houden, dat ons samenzijn meerwaarde heeft.’
Vooralsnog loopt het allemaal. Olga: ‘Ik zie wel op tegen de puberteit. Sybren zet zich soms al tegen me af – dan schaamt hij zich bijvoorbeeld voor me op school. Dat doet hij alleen tegen mij. Als het niet je eigen kinderen zijn, lijkt me dat zwaarder. In de puberteit ontwikkelen hun karakters zich. Stel je voor, straks zit er een dubbelganger van zíjn ex bij ons aan tafel.’ Chris knikt. ‘En dan gaan ze ook nog eens pas tegen elven naar bed!’

Terug | Print

Begeleide omgang ouder en kind

 

Na een scheiding een omgangsregeling bedenken en uitvoeren is voor sommige ex-partners een te zware opgave. Soms zo lastig dat de rechter de ouders doorverwijst naar begeleide omgang. We nemen een kijkje in het omgangshuis in Breda en spreken met ‘omgangsoma’ Inge Harkema: ‘Als het niet gaat, gaat het echt helemaal niet.
Lees verder
Door de naam omgangshuis verwacht je een groot huis waar een ouder en kind elkaar kunnen ontmoeten. In Breda is te zien dat dat beeld niet klopt. Even buiten de stad ligt het complex van jeugdzorgorganisatie Tender waar ook het omgangshuis is gehuisvest. De geschakelde laagbouw in lichte steen bevat de twee ruimtes waar de ouder en kind(eren) elkaar zien. De ruimtes zijn gezellig ingericht met een uitnodigende bank, een lage tafel en kleurig speelgoed. Aan de muur hangen schilderijen van kinderen. Een kast is goed gevuld met boeken en spelletjes.
Het had het kindvriendelijke interieur van een gezin kunnen zijn. Maar de aanwezigheid van het bureau laat duidelijk zien dat het meer is dan alleen kamer in huiselijke sfeer. Want in Breda is er altijd een begeleider bij een ontmoeting tussen een ouder en een kind. ‘Soms om het omgaan met elkaar een handje te helpen, soms om grenzen aan te geven of om pedagogische aanwijzingen te geven,’ vertelt Erik de Graaff, coördinator van het omgangshuis. Hij werkt samen met gedragswetenschapper Patricia Dekkers in het omgangshuis dat sinds januari 2006 bestaat.
Zo’n ontmoeting in een voor het kind onbekende omgeving met iemand die het al een tijdje niet heeft gezien, is natuurlijk spannend. Dekkers en De Graaff vergelijken die spanning met de eerste dag op de basisschool. De houding van de verzorgende ouder tegenover de ontmoeting is dan ook ongelooflijk belangrijk. ‘Als die ouder naar zijn kind uitstraalt dat het goed is, geeft dat het kind vertrouwen. Maar als de ouder begint met ‘Je hoeft niet hoor’ of tegen een begeleider zegt ‘Jullie zorgen wel dat hem niets overkomt?’ maakt dat het kind bang en onzeker,’ legt Dekkers uit. Wil een kind echt niet, dan wordt er gekeken wat de reden is. ‘Vaak blijkt dat een kind niet wil omdat er veel weerstand is bij de ouder bij wie het kind woont,’ verklaart Dekkers.
 
Laatste strohalm
‘Mensen die bij ons komen, hebben al een heel traject achter de rug,’ vertelt De Graaff. ‘Het is voor gescheiden ouders het laatste middel om vrijwillig toe te werken naar een omgangsregeling die uitvoerbaar is.’ Breda ontvangt zo’n zestig gezinnen per jaar. Op enkele stellen na die vrijwillig een beroep doen op het omgangshuis, wijst de rechter hen door. De rechter ziet vaak geen andere oplossing om de omgangregeling toch uitgevoerd te krijgen dan dat mensen er samen moeten uitkomen.
De Graaff en Dekkers begeleiden de ouders tijdens een traject dat ongeveer negen maanden in beslag neemt. Het lijkt lang maar toch is deze tijdspanne nodig. De ouders starten met een intakegesprek, dan volgen verschillende oudergesprekken en drie begeleide omgangen tussen de ‘uitwonende ouder’ en het kind.
De gesprekken met de ouders zijn heel belangrijk. ‘Mensen zitten vast in hun proces,’ weet De Graaff. Als mensen bij hem aan tafel zitten probeert hij ze uit hun strijd te halen en de fricties van beide ouders te benoemen. Als hij vraagt ‘Hoe hebben jullie elkaar leren kennen’ verschijnt er altijd een glimlach. Hoe gingen ze tijdens hun relatie met elkaar om? Dekkers voegt toe dat zij hen helpen om ouders inzicht te geven hun aandeel in hun conflict en hen helpen in het erkennen en herkennen van de eigen emoties. Bijvoorbeeld dat een ouder zijn verdriet vertaalt naar woede.
 
Duplo-methode
Sommigen zijn erg gekwetst, anderen zijn bang; kort gezegd: ze zitten vol emotie. Om de vastgelopen communicatie op gang te helpen, gebruiken de deskundigen in Breda de Duplo-methode. ‘Met poppetjes geven mensen henzelf en hun emoties weer. Zo kun je situaties naspelen en kunnen mensen middels die figuurtjes aangeven hoe zich voelen. Deze methode geeft mensen inzicht in hoe ze met de situatie omgaan en hoe ze sommige emoties vertalen naar gedrag. En vervolgens hoe zij kunnen veranderen. De methode werkt verhelderend,’ vertelt Dekkers.
In de oudergesprekken vraagt De Graaff ook wat de ouders voor de toekomst van hun kind willen. ‘Vaak denken ze daar hetzelfde over,’ zegt hij. ‘Ze willen allebei het beste. Maar om dat te bereiken hebben ze wel elkaar nodig.’ De opzet is om ouders hun eigen regisseur van het traject te laten zijn. ‘Zij moeten samen verder,’ legt De Graaff uit. Dekkers en De Graaff laten ouders weer op ouderniveau met elkaar praten. ‘Scheiden doe je echt samen,’ benadrukt De Graaff.
Na het eerste serie oudergesprek en drie begeleide omgangen met het kind, wordt er een individueel traject uitgezet. Als de omgang inmiddels thuis kan plaatsvinden, zijn er nog steeds vrijwilligers bij aanwezig. De Graaff noemt het voorbeeld van een moeder die aangeeft dat ze nog niet wil overgaan tot omgang zonder begeleiding. ‘Jullie kennen ‘m niet goed genoeg. In het begin vertoont hij prima sociaal gedrag maar na twee uur slaat de verveling toe. En hoe moet dat dan de rest van de middag?’ Het voorstel van De Graaff was dan ook om in de laatste twee uur van de omgang begeleiding in te zetten.
De individuele invulling van het traject is belangrijk, menen beiden. Dat maakt de kans op slagen zo groot mogelijk. ‘Het is namelijk echt in het belang van het kind als het beide ouders ziet,’ benadrukt Dekkers. Vooral in de leeftijd van 11 tot 15 jaar als kinderen op zoek gaan naar hun identiteit. ‘Ze kijken dan van wie ze bepaalde trekken hebben. Het is fijn als die andere ouder dan ook in hun leven is,’ legt zij uit.
Voor Dekkers en De Graaff is de inzet om mensen weer tot afspraken te laten komen en dat er communicatie tussen hen is. Dan beschouwen zij het traject als geslaagd. ‘Dat gebeurt in ongeveer veertig procent van de gevallen,’ weet De Graaff. Soms zien zij mensen terugkeren. Ondanks dat sommigen in hun strijd volharden, blijft de inzet gelijk. Een voorbeeld dat De Graaff altijd zal bijblijven is die van een tienjarig meisje dat viool speelt voor haar moeder. Op het moment dat haar vader haar komt ophalen, roept ze hem erbij. Ze zet voor hen beiden een stoel neer, vlak naast elkaar. De ouders gaan onwennig naast elkaar zitten; ze moeten wel. Het meisje kijkt hen aan en zegt: ‘Dit is voor het eerst dat ik jullie weer samen zie.’

 

 

Omgangsoma Inge Harkema
Vanuit Den Bosch begeleidt omgangsoma Inge Harkema kinderen van gescheiden ouders tijdens de omgang met de niet-verzorgende ouder; zij haalt de kinderen ook op en brengt hen weer terug bij de verzorgende ouder. Het klinkt eenvoudig, maar in deze functie voelt ze pas wat kinderen doormaken als de gescheiden ouders niet of nauwelijks met elkaar (kunnen) communiceren. ‘Ik heb mij vroeger als familierechtadvocaat altijd ook al het lot van kinderen aangetrokken. Maar nu als omgangsoma voel ik ook echt hoe kinderen een scheiding ervaren. Dat vind ik heftig,’ vertelt Harkema die inmiddels is gepensioneerd en sinds twee jaar actief is in dit werk.
Haar jarenlange ervaring als familierechtadvocaat en mediator helpt haar in haar vrijwilligerswerk. Ze vervult niet de rol van mediator - daar zijn anderen voor - maar ze wil vooral ‘veiligheid’ uitstralen naar de kinderen. ‘Ik begeleidt ze in het stukje niemandsland dat tussen beide ouders ligt. Ik merk dat kinderen het verblijf in dat niemandsland hartstikke moeilijk vinden. Ze hebben een hekel aan die overgang,’ merkt Harkema op.
De overgang van de ene naar de andere ouder is voor de kinderen zo moeilijk omdat zij doorgaans een goede band met beide ouders hebben. De strijd van de ouders is in het stukje ‘niemandsland’ zo voelbaar voor de kinderen, legt Harkema uit. ‘Voor hen is het lastig te begrijpen dat papa of mama niet kan rijden. Vaak is het bij het weggaan bij de verzorgde ouder dat de kinderen niet willen, in tranen zijn of buikpijn hebben. Als ze dan bij de andere ouder aankomen, zijn ze blij die te zien en zijn alle dingetjes bij het weggaan op slag vergeten. De verhalen van huilend weggaan bij de één en opgewekt aankomen bij de ander, kloppen dan ook echt.’
Zij rijdt de kinderen meestal eens in de twee weken op en neer. Doorgaans zijn de problemen tussen de ouders zo ingewikkeld dat de begeleiding van Harkema wel kan oplopen tot meer dan tien keer. Vaak is het onderlinge vertrouwen tussen de ex-partners helemaal weg. In principe blijft Harkema er tijdens de omgang bij en ziet ze hoe de ouder en kinderen met elkaar omgaan. Het is de bedoeling om als de omgang weer goed op gang is gekomen, dat de ouders deze zelf gaan organiseren en uitvoeren. 
Harkema weet vanuit de praktijk dat er veel scheidingen zijn waarbij de ingewikkelde problemen van de ouders een soepele omgang met de kinderen in de weg staan. Harkema verwacht én hoopt dan ook dat er in de toekomst steeds meer mogelijkheden komen van begeleiding van derden aan mensen met kinderen die gaan scheiden. ‘Terwijl je rouwt en afscheid neemt van je partnerrelatie, moet je tegelijkertijd de relatie als ouders op een andere manier goed invullen. Dat is een superklus.’ Maar wel een klus die ouders moeten klaren, als ze het beste voor hebben met hun kind(eren), meent zij.

Achtergrondinformatie
Ons land telt ongeveer dertien omgangshuizen. Deze huizen zijn neutrale plekken waar een ouder en een kind elkaar ontmoeten. De opzet van de omgangshuizen is verschillend. Er is geen landelijke aanpak, hoewel er – bijvoorbeeld in Noord-Brabant – steeds meer samenwerking is voor ‘the best practice’. De grote kracht van omgangshuizen is de neutraliteit van de locatie, legt mr. Brigitte Chin-A-Fat uit. Zij deed onderzoek naar omgangshuizen voor de Vrije Universiteit Amsterdam en is bestuurslid van de stichting OK kids die kennis over omgangshuizen wil uitwisselen tussen professionals. Dat ook medewerkers – vaak opgeleide vrijwilligers – aanwezig zijn in het omgangshuis die eveneens ‘neutraal’ zijn, is een tweede belangrijk gegeven. Dat geeft de verzorgende ouder het vertrouwen zijn of haar kind(eren) achter te laten voor een ontmoeting met de uitwonende ouder. Sommige ouders zijn bijvoorbeeld bang dat een kind wordt ontvoerd of ze houden het contact tegen wegens een drugs- of drankverslaving van de ander. Omgangsbegeleiding is altijd tijdelijk. Het is de bedoeling dat ouders na ongeveer een (half) jaar zelf de afspraken kunnen uitvoeren.

 

Terug | Print

De vijf stadia van de rouwcurve

Rouwcurve van Kübler-Ross

Lees verder

Elisabeth Kübler-Ross (1926) studeerde medicijnen in Zürich en psychologie in New York. Zij heeft als eerste de processen van rouw inzichtelijk gemaakt. Haar Grief Cycle Model (in Nederland bekend als rouwcurve) wordt wereldwijd gebruikt om inzicht te geven in wat een mens kan ervaren bij een ingrijpende gebeurtenis, zoals een scheiding.

1 Ontkenning
In deze fase weigert iemand bewust of onbewust om feiten, informatie of de werkelijkheid met betrekking tot een bepaalde situatie te aanvaarden. Ontkenning is een verdedigingsmechanisme. Sommige mensen blijven in deze fase hangen als ze iets ingrijpends hebben meegemaakt dat genegeerd kan worden.

2 Protest (boosheid)
Deze boosheid kan allerlei vormen aannemen. Mensen die een ingrijpende gebeurtenis hebben meegemaakt kunnen boos zijn op zichzelf en/of op anderen, vooral op degenen die hen dierbaar zijn. Als je dit weet kun je de woede van iemand die overstuur is beter begrijpen, terwijl je objectief blijft en de persoon die rouwt niet veroordeelt.

3 Onderhandelen (vechten)
Mensen die met een ingrijpende gebeurtenis te maken hebben, kunnen gaan onderhandelen of een compromis proberen te sluiten. Bijvoorbeeld als er een einde van de relatie dreigt, vragen: ‘Kunnen we dan wel vrienden blijven?’.

4 Depressie
Deze fase wordt ook wel voorbereidend rouwen genoemd. Het is eigenlijk de generale repetitie van de nasleep. Deze fase is voor iedereen anders. Het is een soort aanvaarding (fase 5) maar dan met emotionele gehechtheid. Het is heel natuurlijk dat iemand gevoelens van verdriet, spijt, angst en/of onzekerheid heeft. Hieruit blijkt dat die persoon begonnen is met het accepteren van de werkelijkheid.

5 Aanvaarding
Deze fase van berusting hangt ook af van de persoon, maar wordt over het algemeen gekenmerkt door enige emotionele afstand en objectiviteit. Mensen gaan langzaam maar zeker weer perspectief zien. Ze krijgen weer hoop en investeren actiever in hun nieuwe leven.

Terug | Print

Samen apart: Sophie en François

Samen apart: Sophie en François

Als goede vrienden uit elkaar, kan dat nou echt? Sophie en François doen hun best en slagen er tot nu toe wonderwel in!

Lees verder

Sophie: ‘We blijven maatjes’
‘De liefde is over, daarom gaan we uit elkaar. Dat willen we zo goed mogelijk regelen, want we blijven maatjes.' Sophie (37) en François (53) hebben twee kinderen van 8 en 3; hij heeft uit twee eerdere relaties drie kinderen van 26, 22 en 18 jaar.

'Maatjes blijven is simpel gezegd, maar in de praktijk niet zo eenvoudig. Er zijn vijf kinderen bij betrokken, die de situatie gelukkig goed oppakken.

Ook al maakten François en ik nooit knallende ruzie, er hing wel spanning en verdriet in huis. Daar kregen ze natuurlijk veel van mee. Vooral voor de twee kleintjes willen we de impact beperken en hun omgeving veilig houden. Dus voorlopig niet verhuizen, op dezelfde school blijven. Een hoop georganiseer én het is voor iedereen heftig en emotioneel. Extra triest: na de beslissing werd bij François een zenuwaandoening geconstateerd waardoor hij steeds slechter loopt. Voor mij is het vanzelfsprekend dat ik hem hierbij steun waar ik kan. Ik vergezel hem bijvoorbeeld naar de arts en verzamel allerlei medische informatie.

We woonden 17 jaar samen en ook de kinderen uit zijn eerdere relaties heb ik voor een groot deel opgevoed. Ik was de oppas van zijn kinderen, zo leerde ik François kennen. Een bruiloft kwam er nooit van. We hadden het razend druk met de kinderen, die woonden bij ons. Onze start was natuurlijk niet gebruikelijk: op mijn 19de had ik meteen drie kinderen te verzorgen. François uitte daar in het begin wel waardering voor, maar later werd dat minder.

Ik miste leuke gesprekken, interesse en aandacht. Basale, kleine, normale zaken. Maar bij hem zit dat er niet in geprogrammeerd. Dat hij veel energie stak in de problemen van de kinderen, steunde ik uiteraard. Een relatie moet dat kunnen hebben. Maar wij leefden langs elkaar heen – volgens mij doen veel stellen dat – en dat maakte me doodongelukkig.

Het is zo belangrijk om dingen met z’n tweetjes te doen. In al die jaren zijn wij maar twee keer samen op vakantie geweest, naar Schotland en Tunesië. Voor de rest altijd met de kids. Wel minstens twee keer per jaar, superleuk. Reisjes zitten er voorlopig niet in. Want uit elkaar gaan, betekent ook een financiële stap terug. We zien het wel. Ik richt me nu op de rest van mijn leven, op wat het positief maakt.’

François: ‘We laten elkaar niet vallen’

‘Ik geef Sophie helemaal gelijk. Terwijl het zó nodig was, verzuimde ik aandacht aan haar te besteden. Ik besef dat ik te veel op mezelf was georiënteerd – op mijn werk, op de problemen met de kinderen. Twee van mijn oudere kinderen hebben speciaal onderwijs en staan beschadigd in het leven. Dat vraagt veel zorg en aandacht. Bovendien nam ik te vanzelfsprekend aan dat Sophie en ik toch altijd bij elkaar zouden blijven. Toen zij mij duidelijk probeerde te maken hoe ongelukkig ze was, praatten we er soms over. Maar zodra ik met iets anders bezig was, schoof het onderwerp vaak gewoon uit m’n hoofd.

Ik ben er helaas niet scherp in, kan echt in mijn ‘eigen wereldje’ zitten. Ik waardeer het enorm dat zij destijds zonder meer de zorg voor mijn kinderen op zich nam. Had ik het maar meer laten blijken, denk ik nu vaak als ik in mijn uppie thuis zit. Ze is zo’n lief mens; ook voor de kinderen die niet van haarzelf zijn, staat haar deur nog open.

We blijven zorgzaam voor elkaar. We hebben wel discussie en klempunten, maar we zijn elkaar nog nooit in de haren gevlogen. Ook praten we nooit lelijk over elkaar. We gaan moeiteloos warm en respectvol met elkaar om.

Onze gezamenlijke advocaat treedt op als mediator; we willen rustig en met goede afspraken uit elkaar gaan. Sophie blijft zo lang dat kan in ons oude huis wonen. Ik betaal de hypotheek, mijn huurhuis en binnenkort een flinke hap alimentatie. Prima hoor, zo lang ik nog een béétje kan leven. Maar het wordt krap!

Dat ik die ziekte kreeg, is wel een klap. Ik trainde voor de marathon en speelde competitievoetbal, nu loop ik nauwelijks 500 meter soepel. Dat Sophie met me meegaat naar de dokter, vind ik prettig. Onze omgeving snapt er soms geen hout van – ‘je bent uit elkaar en toch zie je elkaar zo vaak’ – en denken dat we vast wel weer bij elkaar komen. Die kans acht ik minder dan 1%! De frequentie waarmee we afspreken en hoe we met elkaar omgaan, verandert ongetwijfeld. Bijvoorbeeld als Sophie een nieuwe relatie krijgt. Maar we laten elkaar niet vallen, daar zijn we van overtuigd. Ik hoop dat we in de toekomst net zulke goede vrienden blijven.’
 

Terug | Print