minimaliseren stuur door

Financiële stukken

De volgende financiële stukken heb je nodig als je naar je advocaat of mediator gaat:
 
 
-            recente salarisspecificaties;

Lees verder

-            de jaaropgaven over de laatste 3 jaar;

-            aangiften inkomstenbelasting over de laatste 3 jaar;

-            een specificatie van de woonlasten (kale huur, hypotheekrente, kapitaalverzekering, opstalverzekering, OZB);

-            de premie ziektekostenverzekering;

-            kosten van kinderopvang;
 
-            een specificatie van bestaande schulden;

-            jaarrekeningen van de onderneming over de laatste 3 jaar;

-            de aangiften Vennootschapsbelasting.

Terug | Print

Partneralimentatie berekenen

Bij een scheiding spreek je al snel over een gevoelige en formele zaak: het vastleggen van een alimentatieregeling. Zoals de kinderalimentatie bedoeld is voor de kinderen, is de partneralimentatie er voor de (ex-)partner die niet voldoende inkomsten voor zijn of haar levensonderhoud heeft en deze in redelijkheid ook niet kan verwerven. Familierechtadvocate Sabine van Gestel legt het hoe en waarom uit.

Lees verder

 

Bij het afwikkelen van een scheiding is een van de belangrijkste én eerste vragen die zich aandient: hoe wordt de behoefte van de (ex-)echtgenoot/(ex-)echtgenote aan alimentatie vastgesteld? De behoefte is het bedrag dat nodig is om een staat te voeren die de onderhoudgerechtigde in redelijkheid past. De welstand waarin partijen tijdens hun huwelijk leefden, speelt dus ook mee bij de vaststelling van de behoefte. Het belang van de welstand tijdens het huwelijk kan na verloop van tijd minder worden. Een alimentatiegerechtigde hoeft dus niet per se tot in de lengte der dagen op hetzelfde welstandsniveau te leven als voor de scheiding. Dit zegt ook het rapport Alimentatienormen, een rapport waarin richtlijnen staan voor het bepalen van behoefte en draagkracht. Draagkracht komt later aan bod.

Vaak spelen de volgende factoren bij de vaststelling van de alimentatie een rol:

  • de welstand waarin partijen voor de scheiding leefden;
  • de mogelijkheid van degene die alimentatie wil om zelf inkomen te verdienen en daarmee (deels) in het eigen levensonderhoud te voorzien;
  • de financiële ruimte van degene die alimentatie moet betalen (draagkracht).

Om bij het laatste punt te beginnen: de draagkracht is wat er overblijft van het netto maandinkomen van de alimentatieplichtige als de redelijke maandelijkse lasten zijn betaald. Als er dan nog wat overblijft moet een bepaald percentage van dat restantbedrag beschikbaar zijn voor kinder- en/of partneralimentatie.
Een draagkrachtberekening opstellen is een vak apart. Familie-rechtadvocaten van de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (zie www.verder-online.nl) zijn getraind in het maken van deze berekeningen. Het rapport Alimentatienormen besteedt 37 van de 48 pagina’s aan het opstellen van zo’n draagkrachtberekening. Het aantal uitspraken van rechters over draagkrachtberekeningen is zeer omvangrijk. Hoewel diverse modellen op internet circuleren, is het dus niet verstandig om als leek zo'n berekening te maken.

Behoefteberekening
Werkelijke en fictieve inkomsten van de alimentatiegerechtigde verminderen de behoefte aan een bijdrage. Degene met een recht op alimentatie kan met een eigen inkomen immers al gedeeltelijk in het eigen levensonderhoud voorzien. Je kunt alleen alimentatie vragen voor zover je zelf niet voldoende inkomen kunt genereren. Werkelijke inkomsten zijn niet alleen arbeidsinkomsten, maar ook inkomsten uit vermogen. Fictieve inkomsten worden bijvoorbeeld meegenomen wanneer een alimentatiegerechtigde in redelijkheid wel kan werken, maar dat expres niet doet. Diegene heeft dan wel een verdiencapaciteit. Bij het vaststellen van de verdiencapaciteit wordt ook rekening gehouden met de zorg die een ouder voor kinderen heeft. Naarmate de kinderen ouder worden, wordt van de onderhoudsgerechtigde verwacht dat deze zoveel mogelijk probeert aan het werk te komen, bijvoorbeeld een parttimebaan onder schooltijd.
De praktijk wijst uit dat de berekende behoefte vaak niet kan worden betaald. Dat is ook logisch. De scheidende partijen krijgen niet meer inkomen, maar er moeten plotseling wel twee huishoudens bekostigd worden. En twee huishoudens zijn duurder dan één. Toch is het belangrijk om een behoefteberekening te maken. In de eerste plaats ziet een alimentatiegerechtigde op die manier of er moet worden bezuinigd en zo ja, hoeveel dat moet zijn. Verder is de behoefte relevant wanneer de alimentatiegerechtigde zelf (extra) inkomsten gaat verwerven of het inkomen van de alimentatieplichtige stijgt. Moet de alimentatie hierop meteen worden aangepast of juist niet? De alimentatie en de eigen inkomsten zouden de behoefte niet mogen overstijgen. En ten slotte is de behoefte relevant wanneer de alimentatieplichtige bijvoorbeeld een ondernemer is, die zelf de hoogte van zijn inkomen kan bepalen.

De 60% methode
In tegenstelling tot kinderalimentatie bestaan er voor partneralimentatie geen tabellen waarmee de behoefte kan worden vastgesteld. Het is maatwerk. In de praktijk is er een formule ontwikkeld voor een globale berekening van de behoefte. Daarbij wordt het voormalig netto gezinsinkomen als uitgangspunt genomen. Hierop worden de kosten van de kinderen in mindering gebracht. Waar tijdens het huwelijk beide echtgenoten ongeveer de helft van het resterende inkomen zouden opmaken, wordt er voor de behoefte vanuit gegaan dat voor de gescheiden echtgenoot als alleenstaande het leven iets duurder wordt. Bepaalde vaste lasten kunnen nu immers niet meer worden gedeeld. Om die reden wordt volgens de formule na de echtscheiding de behoefte niet 50% maar 60% van het restant. Als dat voor beide partijen zou gelden zou het gezinsinkomen dus in feite 2 x 60%, dus 120% moeten worden. De meeste mensen gaan na de scheiding meestal niet plots 20% meer verdienen. Dus zullen zij ieder de broekriem wat moeten aantrekken. Bij de vaststelling van het netto gezinsinkomen wordt overigens rekening gehouden met alle inkomensbestanddelen, dus ook vakantiegeld, een dertiende maand, bonussen, inkomsten uit vermogen en dergelijke.

Inkomsten en uitgaven
Voor de vaststelling van de welstand in het huwelijk en de daaraan gekoppelde behoefte is het inkomen van groot belang. Maar er wordt niet alleen gekeken naar het inkomen. Alle relevante omstandigheden zijn van belang. Zo wordt er ook gekeken naar de uitgaven in het huwelijk. Het kan immers wel zijn dat een ondernemer qua salaris een laag inkomen in het huwelijk had, maar dat de welstand toch hoger was omdat hiervoor schulden bij de onderneming zijn aangegaan. Het kan ook zijn dat het inkomen juist fors was, maar dat niet alles werd uitgegeven omdat er werd gespaard.

Hoogte alimentatie
De hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven geven dus een aanwijzing voor de hoogte van de bijdrage in het levensonderhoud waarop de onderhoudsgerechtigde na de scheiding aanspraak kan maken. Ook de mogelijkheid van vermogensvorming (sparen) en de mogelijkheid om pensioen op te bouwen zullen bij de vaststelling van de behoefte mogen worden meegenomen. Daarnaast wordt ook naar de toekomst gekeken. Er kan rekening worden gehouden met kosten van levensonderhoud van de alimentatiegerechtigde die nu al vrij zeker te voorzien zijn. Last but not least: over partneralimentatie is inkomstenbelasting (box 1) verschuldigd.

Kostenoverzicht
Als de formule van 60% van het netto gezinsinkomen minus de kosten van de kinderen niet werkt, zullen de werkelijke maandelijkse kosten geïnventariseerd moeten worden. Er wordt dan een kostenoverzicht gemaakt. Dat is vaak een hele klus, zeker voor degene die zich tijdens het huwelijk niet met de administratie bezig hield. Kijk maar eens in het voorbeeld van zo’n kostenoverzicht.

Kijk ook in het overzicht van de stukken die een mediator of advocaat nodig heeft om het netto gezinsinkomen en de draagkracht te berekenen.

Alimentatienormen
Voor de vaststelling van de alimentatie kunnen mediators, advocaten en rechters het rapport Alimentatienormen met aanbevelingen van de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak raadplegen. Het rapport is te vinden op www.rechtspraak.nl. De rechter is niet aan de aanbevelingen gebonden, maar volgt deze in de praktijk vaak op.

Indexering 2010
De wettelijke indexering per 1 januari 2010 wordt 2,3%. Dat betekent dat het bedrag van de alimentatie met dat percentage stijgt. Het indexcijfer wordt jaarlijks vastgesteld door de minister van Justitie.

Terug | Print

Scheiden tijdens de crisis?

Het aantal echtscheidingen neemt gestaag toe. In 2008 waren dat er met 32.236 een paar honderd meer dan in 2007. Of onder invloed van de economische crisis het aantal echtscheidingen stijgt, weten we nog niet. Enerzijds zijn mensen door een financiële crisis terughoudend om ook nog eens te gaan scheiden. 

Lees verder

Er kleven risico’s aan: je krijgt je huis niet verkocht, je krijgt geen nieuwe hypotheek, er kan geen behoorlijke alimentatie betaald worden en dergelijke.

Aan de andere kant is het een bekend feit dat financiële problemen door bijvoorbeeld een faillissement of door ontslag niet goed zijn voor het huwelijksgeluk. Als er al spanningen waren, kan het de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Een beslissing tot een echtscheiding neem je echter meestal niet in een paar dagen dus de effecten van de crisis op het aantal echtscheidingen is pas op langere termijn te meten.
 
Alimentatie
Wat vFAS advocaten wel al opmerken is de stijging van het aantal alimentatiewijzigingen en het aantal onbetaald gebleven alimentaties. Mensen die zijn ontslagen, die geen bonussen meer ontvangen, ondernemers die de financiële resultaten zien teruglopen of die failliet zijn verklaard, het zijn allemaal redenen om de alimentatie opnieuw te beoordelen. Of dergelijke omstandigheden direct leiden tot een aanpassing van de alimentatie staat overigens niet van tevoren vast. Het antwoord op die vraag zal met name afhangen van de mogelijkheid om al dan niet elders op korte termijn weer het oorspronkelijke inkomen te verwerven. Laat je zich in ieder geval goed adviseren in dergelijke kwesties!

Terug | Print

Indexering alimentatie 2010

Het ministerie van Justitie heeft de alimentatie indexering voor 2010 bekendgemaakt. De alimentatiebedragen zullen met 2,3% stijgen. De alimentatie wordt jaarlijks aangepast aan de hand van de ontwikkeling van de salarissen.

Lees verder

Op de site van het Nibud staat een handige rekentool om het nieuwe bedrag uit te rekenen. Je vindt de rekentool in de rubriek Omgaan met geld/Scheiden.

Terug | Print

Crisis. Welke crisis?

Crisis. Welke crisis?

De financiële crisis grijpt wereldwijd om zich heen, maar wat voor impact heeft de crisis op de verschillende zaken rondom een scheiding? De vragen en de antwoorden

Prijsdalingen op de Nederlandse huizenmarkt?
In de Verenigde Staten zijn de huizenprijzen met tientallen procenten gedaald. Is zo’n scenario ook in Nederland mogelijk? Een groot verschil is dat veel Amerikanen

Lees verder

de ‘winst’ van de waardestijgingen van de afgelopen jaren uitgaven aan allerlei consumptiegoederen als televisies, auto’s of andere zaken. In Nederland is dat aantoonbaar minder het geval en onder andere daardoor is het risico op forse waardedalingen kleiner. Niettemin is vrijwel zeker dat de huizenprijzen de komende tijd onder druk zullen staan. Het is ook allang geen uitzondering meer als een huis een jaar of langer moet wachten op een koper. Wie als gevolg van een scheiding gedwongen een huis moet verkopen kan dan ook te maken krijgen met tijdelijke dubbele woonlasten en/of een onderwaarde van die woning.

Hoe zit dat precies met onderwaarde?

Een veel voorkomende situatie – afhankelijk van de huwelijkse voorwaarden – is dat bij een scheiding een van beide (ex-)echtgenoten blijft wonen in de huidige woning, en dat deze dan het aandeel van de partner (vaak de helft) in de woning moet ‘bijkopen’. In de huidige marktomstandigheden kan de waarde van de woning lager zijn dan de resterende hypotheekschuld. In dat geval is er sprake van onderwaarde en heeft de vertrekkende partij een schuld aan de blijvende partij. Neem bijvoorbeeld een woning met een waarde van 300.000 euro en een schuld van 330.000 euro. De onderwaarde is dan 30.000 euro. De achterblijver probeert dan vaak de totale hypotheek van 330.000 euro over te nemen. Dat is niet altijd eenvoudig in de huidige tijd, want banken zijn terughoudender geworden met het verstrekken van leningen. Een hypotheek krijgen op basis van een alimentatie-inkomen is moeilijker: de partij die alimentatie betaalt kan nu immers ook worden ontslagen met als mogelijk gevolg een lagere alimentatie. Banken laten die onzekerheid nadrukkelijk meewegen bij het al dan niet verstrekken van een hypotheek. Andersom geldt ook dat banken zwaarder tillen aan een alimentatieplicht voor degene die een hypotheekaanvraag doet. Als het in het voorgaande voorbeeld lukt om te lenen, heeft de blijvende partij een vordering van 15.000 euro op de vertrekkende partij, in de veronderstelling dat beiden voor de helft eigenaar zijn van de woning.

Klopt het dat de hypotheekrente na het feitelijke uiteengaan van echtgenoten nog twee jaar aftrekbaar is bij de meest verdienende?
Formeel niet helemaal, maar via een omweg van de partneralimentatie komt het daar feitelijk wel op neer. De juridische en technische details daarvan zijn minder relevant. Wel belangrijk is dat in de huidige tijd huizen wat minder snel verkopen. Als er dus (eerst) tijd verstreken is met het maken van, al dan niet tijdelijke, afspraken over de woning en de woning daarna nog moet worden verkocht, dan zou het zomaar kunnen dat er twee jaar voorbij is en de hypotheekrente dus niet meer kan worden afgetrokken. Het gevolg is dan een vermindering van draagkracht en dus een lagere alimentatie. In veel gevallen is het nu dan ook zinvol om al in een vroeg stadium van de echtscheiding tot een aantal belangrijke beslissingen te komen ten aanzien van de woning.

Heeft de crisis effect op de hoogte van alimentatie?
Mogelijkerwijs. Van belang daarbij is onder meer dat rechters steeds meer verantwoordelijkheid ten aanzien van de verdiencapaciteit leggen bij de partij die alimentatie ontvangt. Uitgaande van het traditionele rolmodel betekent dit dat van de vrouw ook wordt verwacht een inkomen te kunnen verdienen, zeker als de kinderen naar school gaan en er dus voldoende tijd is voor een baan.
De crisis legt nu een aantal nieuwe vraagstukken bloot. Een daarvan is de vraag of de vrouw wel in staat is om werk te vinden in de huidige markt, en welk effect dat heeft op de hoogte van de alimentatie. Een andere is de nu regelmatig toegepaste werktijdverkorting, die leidt tot een lager inkomen. De vraag daarbij is hoe ingrijpend die daling voor de alimentatiegerechtigde of de alimentatieplichtige moet zijn om aanspraak te kunnen maken op een verhoging respectievelijk verlaging van de alimentatie. De eerste juridische procedures hierover zijn inmiddels gestart.

Verandert er wat voor ondernemers?
Ondernemers verkeren in een bijzondere situatie omdat hun inkomen nogal kan fluctueren. Tot voor kort werd de alimentatie in die gevallen tamelijk rechtlijnig bepaald op basis van gemiddelden uit de jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar. De economische neergang maakt dat deze jaarrekeningen uit het verleden nog maar deels relevant zijn om het ondernemersinkomen te bepalen. Veel belangrijker is de actuele financiële situatie van de onderneming, die als gevolg van de crisis flink kan zijn verslechterd. Van geval tot geval zal een rechter daarover een maatwerkafweging maken.

Wat is het effect van een gouden handdruk op de alimentatie?
Ten slotte nog het specifieke geval van een alimentatieplichtige die wordt ontslagen met een gouden handdruk. In tegenstelling tot wat veel mensen denken betekent dit niet per definitie dat zijn of haar nieuwe inkomen – bijvoorbeeld een WW-uitkering – de basis vormt voor het vaststellen (verlagen) van de alimentatie. De rechter ziet de gouden handdruk namelijk voor een deel als een schadeloosstelling voor dat (tijdelijk) lagere inkomen die de ontvanger kan gebruiken voor levensonderhoud en overige verplichtingen, waaronder de alimentatie.  

Blijft er nog wat van mijn pensioen over na mijn scheiding?
Veel pensioenfondsen bevriezen de hoogte van de uitkeringen omdat hun reserves onder het vereiste niveau zijn gezakt. De krantenkoppen stemmen nogal somber, maar toch past ook hier een relativering. Zij hebben het namelijk niet alleen moeilijk omdat ze geld hebben verloren op hun beleggingen, maar ook omdat de rente is gedaald. Dat is een ingewikkeld rekenkundig verhaal, maar waar het op neerkomt is dat als de rente de komende jaren weer omhoog gaat – en dat zou heel goed kunnen – de dekkingsgraden van de fondsen als vanzelf flink meestijgen. De problemen kunnen dan wel eens kleiner zijn dan nu gedacht.
Pensioen is sowieso een complex onderwerp waar een goed advies – bijvoorbeeld over pensioengaten – geen overbodige luxe is. Op deze plaats houden we het dan ook bij twee specifieke zaken die te maken hebben met de crisis:

  • Bij scheiding wordt nogal eens gekozen voor overdracht van pensioen: het ouderdomspensioen en/of nabestaandenpensioen wordt dan afgestort bij een verzekeringsmaatschappij. Een pensioenfonds met een te lage dekkingsgraad mag echter wettelijk gezien niet meewerken aan een waardeoverdracht van pensioen, dus deze praktijk is op dit moment niet mogelijk.
  • Minister Donner maakt een gebaar naar wie een zogenaamde beschikbare premieregeling heeft – oftewel een pensioenspaarpot bij een verzekeraar – en tussen 2009 en 2014 met pensioen gaat. In veel gevallen heeft deze beleggingspot een flinke deuk opgelopen in de crisis en dat betekent dat er maar weinig pensioen van kan worden ingekocht. In dat geval is een ‘beleggingsknip’ mogelijk: het kapitaal wordt dan deels gebruikt voor aankoop van pensioen voor een periode van bijvoorbeeld vijf jaar. Het restant van de pot krijgt dan vijf jaar de tijd om aan te groeien, waarna hopelijk een hoger pensioen kan worden ingekocht.

Met medewerking van Eric de Bruijn (pensioenadviseur), Sabine van Gestel (advocaat familierecht) en Laura Klein (notaris)

 

Terug | Print